Paragrafen

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

De gemeente Oostzaan vindt het belangrijk om risico's goed te beheren. Zo zorgen we ervoor dat problemen geen invloed hebben op ons werk. Dit is een onderdeel van het proces om risico's te beheren. We laten hiermee zien hoeveel geld de gemeente achter de hand heeft voor onverwachte uitgaven.
We beschrijven kort ons beleid voor risicomanagement. Verder geven we een overzicht van de risico’s die we zien, hoeveel geld we hebben om deze risico’s op te vangen en hoe in welke mate we in staat zijn onze risico’s op te vangen. 

Risicomanagementbeleid

Terug naar navigatie - Risicomanagementbeleid

Het beleid over hoe we met risico's omgaan, staat in het document 'Beleidskader Risicomanagement en Weerstandsvermogen Oostzaan'. Dit beleid is op 13 november 2023 vastgesteld door de gemeenteraad van Oostzaan (RV-nummer: 23/53).
Risicomanagement is een vast onderdeel van onze planning en controle, zowel voor de gemeenteraad, het college van B&W als voor het management. Een goede aanpak van risicomanagement begint bij duidelijke doelen voor projecten en programma's. Het is belangrijk dat iedereen, zowel bestuurders als managers, zich ervan bewust is dat risicomanagement een normaal onderdeel is van het besturen en managen van de gemeente.


Dit betekent dat we voortdurend risico's in kaart brengen, inschatten en maatregelen nemen om ze te beheersen. Het risicoprofiel van de gemeente verandert steeds. Er kunnen nieuwe risico's ontstaan, en bestaande risico's kunnen kleiner worden of verdwijnen.

Ratio weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Ratio weerstandsvermogen

In dit gedeelte laten we zien hoe we het weerstandsvermogen van Oostzaan berekenen. We vergelijken de benodigde weerstandscapaciteit, zoals vastgesteld bij de risico-inventarisatie, met de beschikbare weerstandscapaciteit. Het resultaat van deze vergelijking laat ons zien wat het weerstandsvermogen is.

Beoordeling ratio weerstandsvermogen
De ratio kan worden beoordeeld met behulp van de onderstaande tabel (weerstandsnorm).

In het beleidskader is vastgelegd dat de ratio minimaal 1,0 moet bedragen (waarderingscijfer C zijnde voldoende) waarbij we ons richten op 1,25. 

De verwachtte beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt per ultimo 2025, in totaal €1.736.676.
Als we de beschikbare weerstandscapaciteit afzetten tegen de benodigde (berekende) weerstandscapaciteit €2.013.951 dan is de ratio voor Oostzaan 0,86 wat betekent dat de weerstandscapaciteit matig is.

In onderstaande grafiek is het verloop van de ratio weergegeven.

 

Weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandscapaciteit

Met het risicoprofiel van Oostzaan kunnen we bepalen hoeveel geld nodig is om alle risico’s te kunnen financieren.

Berekening van de benodigde weerstandscapaciteit verslagjaar 2025
Het totaalbedrag van eventueel zich voor doende risico’s bedraagt €2.013.950. De benodigde (berekende) weerstandscapaciteit per 31 december 2025 bedraagt €1.736.676

Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit verslagjaren 2024 en 2025
De grootte van de algemene reserve wordt bepaald op basis van de stand van de Algemene Reserve, zoals vermeld in de goedgekeurde jaarrekening 2023.

 

Het verwachte verloop van de Algemene Reserve  is als volgt:

 

Project Duurzaam Begrotingsevenwicht
In de begrotingsraad van november 2024 wordt naast de Begroting 2025 ook een eerste begrotingswijziging 2025 aan de raad aangeboden. In deze eerste begrotingswijziging zitten voorstellen die van invloed zijn op bovengenoemd weerstandsratio. 

Wat is weerstandsvermogen?

Terug naar navigatie - Wat is weerstandsvermogen?

Risicomanagement en het weerstandsvermogen horen bij elkaar. Het doel van het weerstandsvermogen is dat er geld opzij is gezet om financiële problemen op te vangen als risico's werkelijkheid worden. Kortom, weerstandsvermogen is het geld dat we nodig hebben om risico’s te kunnen betalen.


Het weerstandsvermogen kan worden weergegeven als een weegschaal:

Risico inventarisatie en risicokaart

Terug naar navigatie - Risico inventarisatie en risicokaart

Risico inventarisatie
We hebben de risico's op een gestructureerde manier in kaart gebracht en beoordeeld. In totaal zijn er 17 risico's geïdentificeerd. 

Om beter te begrijpen hoe de risico’s verdeeld zijn op basis van kans en impact, gebruiken we een risicokaart (zie hieronder). De nummers op de kaart laten zien hoeveel risico’s er in elk gebied van de risicokaart zitten. Zo wordt duidelijk hoe de risico’s verdeeld zijn over het groene, oranje en rode gebied.

Een risicoscore in het groene gebied is geen direct gevaar voor het voortbestaan van de organisatie. Risico’s in het oranje gebied verdienen wel aandacht. Ze vormen op zichzelf nog geen groot gevaar, maar na verloop van tijd kunnen ze wel een bedreiging worden. Een risico in het rode gebied vereist directe actie om te voorkomen dat het voortbestaan van de organisatie in gevaar komt.

Niet-financiële risico's

Terug naar navigatie - Niet-financiële risico's

In totaal zijn er voor de gemeente 17 risico’s geïdentificeerd en gekwantificeerd met een risicobedrag van € 2.013.950. Van de 17 risico’s zijn er 7 ook als niet-financieel beoordeeld.

Financiele Kengetallen

Terug naar navigatie - Financiele Kengetallen

Vanuit de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten) is er een aantal verplichte financiële kengetallen die meer zicht moeten geven over de financiële positie en de vergelijkbaarheid daarvan met andere gemeenten:

 

Hieronder worden de waarderingscijfers van Oostzaan getoond.

 

Netto schuldquote

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Netto schuldquote (bedrag x €1.000)
Jaarrekening
2023
Begroting
2024
Begroting
2025
Begroting
2026
Begroting
2027
Begroting
2028
A. Vaste schulden 29.799 40.970 35.582 40.970 40.970 44.997
B Netto vlottende schuld 3.791 2.517 2.150 2.150 2.150 2.150
C Overlopende passiva 2.619 2.455 537 3.289 2.610 2.404
D Financiële Activa (incl. verstr. leningen) 1.700 1.656 1.700 1.700 1.700 1.700
E Uitzettingen < 1 jaar 13.956 1.500 5.500 5.500 5.500 5.500
F Liquide middelen 393 403 503 503 503 503
G Overlopende activa 422 1.097 4.800 2.000 2.000 2.000
H Totale baten excl. Mutaties reserves 36.734 29.973 28.760 28.159 28.591 28.157
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H*100% 53,5% 137,7% 89,6%
130,4% 126,0% 141,5%

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (bedrag x €1.000)
Jaarrekening
2023
Begroting
2024
Begroting
2025
Begroting
2026
Begroting
2027
Begroting
2028
A Vaste schulden 29.799 40.970 35.582 40.970 40.970 44.997
B Netto vlottende schuld 3.791 2.517 2.150 2.150 2.150 2.150
C Overlopende passiva 2.619 2.455 537 3.289 2.610 2.404
D Financiële Activa (excl. verstr. leningen) 463 463 463 463 463 463
E Uitzettingen < 1 jaar 13.956 1.500 5.500 5.500 5.500 5.500
F Liquide middelen 493 403 503 503 503 503
G Overlopende activa 422 1.097 4.800 2.000 2.000 2.000
H Totale baten excl. Mutaties reserves 36.734 29.973 28.760 28.159 28.591 28.157
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H*100% 56,8% 141,7% 93,9% 134,7% 130,3% 145,9%

 

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Deze ratio geeft aan het Eigen Vermogen als percentage van het Totale Vermogen.

Hoe hoger de solvabiliteit, hoe beter de financieringspositie van de gemeente.

Solvabiliteitsratio (bedrag x €1.000)
Jaarrekening
2023
Begroting
2024
Begroting
2025
Begroting
2026
Begroting
2027
Begroting
2028
A. Eigen vermogen 10.717 4.661 11.111 8.994 6.686 4.977
B. Balanstotaal 50.042 54.090 52.942 59.161 56.361 58.664
Solvabiliteit (A/B) x 100 %  21,4% 8,6% 21,0%
15,2%
11,9% 8,5%

 

Kengetal grondexploitatie

De grondexploitatie kan een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De gemeente Oostzaan heeft vrijwel geen grondposities en geen lopende grondexploitaties. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

Grondexploitatie (bedragen x €1.000)
Jaarrekening
2023
Begroting
2024
Begroting
2025
Begroting
2026
Begroting
2027
Begroting
2028
A Niet in expl. genomen bouwgronden  0 0 27 0 0 0
B Bouwgronden in exploitatie 0 0 0 0 0 0
C Totale baten (excl. mutaties reserves) 36.734 29.973 28.760 28.159 28.591 28.157
Grondexploitatie (A+B) / C x 100% 0,0% 0,0 % 0,1 %
0 ,0%
0,0 % 0,0%

 

Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

Structurele exploitatieruimte (bedrag x €1.000)
Jaarrekening
2023
Begroting
2024
Begroting
2025
Begroting
2026
Begroting
2027
Begroting
2028
A Totale structurele lasten 28.338 31.260 28.263 29.370 29.999 29.839
B Totale structurele baten 34.383 32.160 28.064 27.271 27.703 28.141
C Structurele toevoegingen aan reserves 0 0 0 0 0 0
D Structurele onttrekkingen aan reserves 0 0 0 0 0 0
E Totale baten excl. mutaties reserves 36.734 34.888 28.760 28.159 28.591 28.157
Structurele Exploitatieruimte ((B-A) + (D-C)) / E x 100 %
16,5 % 2,6 % -0,7 % -7,5 % -8,0 % -6,0 %

 

Woonlasten meerpersoonshuishouden

De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De woonlasten van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.

Belastingcapaciteit Woonlasten meerpersoonshuishouden (bedrag x €1.000)
Jaarrekening
2023
Begroting
2024
 Begroting
2025
Begroting
2026
Begroting
2027
Begroting
2028
A OZB lasten bij gezin met gem. WOZ *  450 568 582 597 612 627
B Rioolheffing bij gezin 337 348 357 366 375 384
C Afvalstoffenheffing voor een gezin*** 378 407 432 442 453 464
D Eventuele heffingskorting 0 0 0 0 0 0
E Totale woonlasten met een gem. WOZ * 1.165 1.323 1.371
1.405 
1.440
1.475
F Woonlasten landelijk gemiddelde (T-1) /*** 953 944 974 1.005 1.038 1.071
Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde (E/F) x 100 %
122,3 % 140,1 % 140,7 %  139,8 %  138,7 %  137,7%

*) Bij de OZB-lasten is voor de jaren uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde (€ 490.000,-).  Genoemde bedragen zijn berekend tegen het eigenaarstarief. Hierin is dus niet meegenomen dat een deel van de gezinnen geen eigen woning heeft. Niet bekend is hoe dit bij de landelijk gemiddelde woonlasten is verwerkt.

**) Het tarief voor de afvalstoffenheffing wordt opgehoogd met het inflatiepercentage van 2,5%. Daarnaast wordt vanuit de kostendekkendheid het tarief opgehoogd als gevolg van hogere kosten en genomen maatregelen vanuit de VANG doelstelling. Dit betekent een extra stijging van € 14,40 per vastrecht per huishouden naast de inflatiestijging.

***) De woonlasten van het gemiddelde zijn gebaseerd op de woonlasten van het jaar voorafgaand aan onze jaarcijfers. De gemeentelijke lasten 2025-2028 worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde over 2024 (bron: https://coelo.nl/atlas-lokale-lasten-2024/bijlagen-2024-en-databestanden/). De cijfers over 2025 zijn nog niet beschikbaar.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Waar gaat het over

Terug naar navigatie - Waar gaat het over

Deze paragraaf gaat over de beheerskosten van gebouwen en de openbare ruimte. Deze kapitaalgoederen beslaan een aanzienlijk deel van de begroting en zijn dus van grote invloed op de financiële positie van de gemeente. Deze paragraaf beschrijft welke werkzaamheden in 2025 worden uitgevoerd en vormt hiermee een dwarsdoorsnede van de begroting.

Gebouwen

Terug naar navigatie - Gebouwen

Hierbij een overzicht van de gebouwen in bezit van de gemeente en de staat van onderhoud van deze gebouwen.

Gebouw

Staat van onderhoud

Centrumcomplex de Kunstgreep

Voldoende

Brandweerkazerne Kerkstraat

Goed

Ambtswoning Glazenmakerstraat

Goed

Schoolgebouw de Kweekvijver, incl. noodlokalen

Goed

Schoolgebouw de Korenaar

Goed

Schoolgebouw de Noorderschool

Goed

Gemeentewerf Skoon

Goed

Loods op de begraafplaats

Goed

Leliestraat, pand Oudheidskamer

Matig

Sporthal de Greep (deel E)

Voldoende

Pand de Vitaminebron Twiskeweg

Goed

Pand Werkom/Jong Oostzaan

Goed

Schoolgebouw de Rietkraag

Redelijk

Kerktoren

Goed 

De Kolk*

Matig/ slecht

Diverse Loodsen Zuideinde 204/206**

Slecht

* Het onderhoud aan de Kolk wordt aangepast tot noodzakelijk onderhoud. De mogelijkheden voor ontwikkeling worden onderzocht.
** De loodsen aan het Zuideinde 204/206 maken deel uit van ruimtelijke herontwikkelingen. Onderhoud aan deze panden vindt dan ook niet plaats.

 

Openbare ruimte

Terug naar navigatie - Openbare ruimte

In onderstaande tabel zijn de van belang zijnde gegevens per kapitaalgoed weergegeven, deze tabel is aangepast op advies van de provincie en bevat alle punten waarop zij controleert

Categorie Beleidskaders Niveau1 Looptijd2 Vastgesteld3 Fin. Cons.4

Raming t.l.v. 
expl./voorziening5

Raming volledig6

AOH7

Vold.Res? 8
Wegen Meerjaren investeringen plan 2022-2036 Voldoende 2022-2036 Update bij de begroting 2025-2028  €162.799 €162.799 Ja Nee n.v.t.
Openbare verlichting Beheerplan Openbare Verlichting Voldoende 2018-2026 2015 (herziening)  €64.077 €64.077 Ja Nee n.v.t.
Riolering Gemeentelijk Riolering Plan 2018-2023 (omgevingswet) Voldoende 2019-2023 2018  €467.829 €467.829 Ja Nee n.v.t.
Waterbeheer Beleid in samenwerking met HHNK Voldoende   Op basis van waterplan Hoogheemraadschap.   €162.102 €162.102 Ja Nee n.v.t.
Openbaar Groen Groenstructuurvisie Groenbeheerplan
Voldoende 2024-2028 2020  €395.245 €395.245 Ja Nee n.v.t.
Gebouwen Meerjarenonderhoudsprogramma  Voldoende 2024-2028 maart 2023  MJOP MJOP Ja Nee n.v.t.
Bruggen en kunstwerken Beheerplan civieltechnische kunstwerken Voldoende vanaf 2024 2021 €90.000 €90.000 Ja Nee n.v.t.

 

1.  Gewenst kwaliteitsniveau
2.  Beheers- en onderhoudsplannen / looptijd
3.  Datum vaststelling door de raad
4. Financiële consequenties conform plannen
5. Ramingen t.l.v. exploitatie / voorziening
6. Raming volledig en reëel in begroting
7. Is er sprake van achterstallig onderhoud (AOH)?
8.  Zo ja, zijn er voldoende reserves/voorzieningen voor het achterstallig onderhoud (AOH)?

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen

Wegen
In 2024 is gestart met de Herinrichting van de Molenbuurt, zijnde de Slaperstraat, Domerstraat en Wakerstraat. Het aanleggen van de openbare ruimte loopt door in 2025.
In 2024 is gestart met het vervangen van het riool en in 2025 worden de wegen en openbaar groen vervangen. 

 
Voor de ontwikkelingen in de openbare ruimte  in de periode 2025 - 2030 wordt gewerkt conform het Meerjaren Investerings Plan.

Hierin staan alle geplande herinrichtingen van diverse wijken binnen Oostzaan opgenomen.


Water
In 2025 wordt aan de Kerkstraat ter hoogte van de hoogspanningsmasten, een waterpark aangelegd. Dit wordt gefinancierd door Tennet. Tennet heeft de aanleg van het waterpark nodig voor de benodigde  watercompensatie als gevolg van de uitbreiding van het trafostation naast hotel van der Valk.  

 
Bruggen en kunstwerken
In de winterperiode 2024/2025 wordt de tweede brug op het Otterbospad vervangen, conform planning. 
In 2026 wordt de brug in de Dr. De Boerstraat vervangen. De oorzaak van de vertraging hiervoor is de bodemverontreining bij de voorbereidingen van de brug. 
Hiervoor zijn de benodigde investeringskredieten reeds opgenomen in de begroting 2025-2029.

Nieuwbouw De Rietkraag
De nieuwbouw van de Rietkraag is als gevolg van personele ontwikkelingen vertraagd, maar is in 2024 weer opnieuw opgepakt. De raad heeft in 2024 zich uitgesproken over een scenario voor de nieuwbouw. Het investeringskrediet is gebaseerd op een oppervlakte van 1.400m2. De begroting is aangepast aan de normbedragen. Voor de definitieve plannen wordt een separaat raadsvoorstel voorgelegd. 

Onderhoud gemeentelijke gebouwen
Per gemeentelijk gebouw is een onderhoudsvoorziening opgebouwd. Jaarlijks zullen de benodigde bedragen worden onttrokken aan de desbetreffende voorziening.

Het onderhoudsniveau van Sporthal de Greep (deel E) wordt ingelopen in 2025, en de sporthal wordt voorzien van nieuwe kunststof gevelbekleding incl. achterliggende constructie aan het pand. Hiermee voldoen alle gemeentelijke panden met zicht op langdurige inzet, weer aan de norm van minimaal voldoende. 

Meerjaren investeringen plan

Terug naar navigatie - Meerjaren investeringen plan

Conform artikel 20 van de BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden) wordt een onderscheid gemaakt tussen investeringen met een economisch nut en investeringen met een maatschappelijk nut. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn vastgesteld in de financiële verordening 2021 en conform artikel 212 BW.

Onderstaande investeringen zijn reeds verwerkt in de voorliggende begroting met bijbehorende meerjarenraming 2025-2028.

 

Paragraaf Grondbeleid

Waar gaat het over

Terug naar navigatie - Waar gaat het over

Het grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van de programma’s Leefomgeving en Ruimtelijke Ordening. Een goed functionerend grondbeleid is essentieel voor het realiseren van doelstellingen op het gebied van ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, verkeer en vervoer en cultuurhistorie.

Visie grondbeleid

Terug naar navigatie - Visie grondbeleid

De visie voor het in deze gemeente te voeren grondbeleid is door de gemeenteraad vastgesteld in de Nota Grondbeleid Oostzaan.

In deze nota is uitgesproken dat het grondbeleid moet worden beschouwd als een instrument om andere gemeentelijke beleidsdoelstellingen te realiseren. De gemeente voert geen actieve grondpolitiek.
Indien grondbeleid moet worden beschouwd als een instrument om gemeentelijke beleidsdoelstellingen te realiseren kan de gemeente in bijzondere door het college te bepalen  gevallen een “situationele” actieve grondpolitiek inzetten om de continuïteit aangaande maatschappelijke doelen te borgen.

Uitgangspunt blijft dat de gemeenten afspraken maakt met de initiatiefnemer over de kosten. Dit gebeurt meestal door het sluiten van een anterieure overeenkomst. Afdwingbaar kostenverhaal zal worden toegepast indien geen of onvoldoende resultaat kan worden bereikt. Het vaststellen van een exploitatieplan op basis van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) is daarvoor het geëigende instrument. Bij de uitgifte van gronden en panden wordt een marktconforme prijs gehanteerd, die bij meer dan 50 m² door een extern onafhankelijke partij bepaald wordt. Uitsluitend indien sprake is van uitgifte van grond ten behoeve van een maatschappelijke, niet commerciële functie kan een lagere prijs worden gehanteerd in bijzondere door het college te bepalen gevallen.

Bouwgrondexploitaties
Er zijn geen gronden in eigendom die vallen onder de bouwgrondexploitatie conform de BBV. Wel zijn een tweetal grondposities in ontwikkeling, welke t.z.t. zullen worden overgedragen om uiteindelijk woningbouw te realiseren. (Radio 9 terrein en voetbalkooi Dr. Snijderstraat). 

 

Prognose nieuwe woningen

Terug naar navigatie - Prognose nieuwe woningen

Voor deze periode (2025-2028) staat de (gefaseerde) oplevering van de woningen van volgende locaties gepland:

Projecten  Aantal geplande woningen
Toelichting
Noordeinde 65 27 Dit project is al in aanbouw en zal in 2025 opgeleverd worden.
Derlagehof 24  
Radio 9 17  
Dr. Boomstraat 10  
Kerkbuurt 83 12  
De Lishof   nog onderdeel van de planvorming
De Rietkraag 14  
Kerkstraat 38-40 12  

We maken wel de kanttekening dat woningbouwprojecten regelmatig in de tijd verschuiven door allerlei externe factoren (zoals lange procedures; wettelijke bepalingen zoals de stikstoflimieten en natura 2000).

Gezien de ontwikkelingen binnen het nieuwe volkshuisvestingsprogramma, zullen wij ons heroriënteren op de richting die we willen inslaan, met inachtneming van de criteria voor sociale huurwoningen (minimaal 30%), middenhuurwoningen, betaalbare koopwoningen en woningen in de vrije sector. Daarnaast stelt de Wet Versterking Regie op Volkshuisvesting nieuwe eisen, waaronder de verplichting om minimaal tweederde van de koopwoningen betaalbaar te realiseren. Hoe dit precies vorm krijgt, zal in het nieuwe volkshuisvestingsprogramma duidelijk worden. In het eerste kwartaal zal het college met een voorstel komen waarin de verdeling van deze woningtypen wordt gepresenteerd, waarbij sociale huurwoningen altijd minimaal 30% van het totaal blijven uitmaken.

Paragraaf Verbonden partijen

Waar gaat het over

Terug naar navigatie - Waar gaat het over

In deze paragraaf geven wij u een overzicht van onze verbonden partijen. 

Waarom samenwerking?
De gemeenschappelijke regelingen voeren het beleid en het beheer op de betreffende terreinen uit voor de gemeente. Via deze 'verbonden partijen' (samenwerkingsverbanden) werken wij met andere partijen samen om onze lokale ambities en doelen te bereiken. Samenwerkingsverbanden dienen dus een publiek belang.

De organisaties waarin wij deelnemen, dus onze verbonden partijen, maken voor ons beleid of voeren voor ons beleid uit. In principe zouden wij dat ook zelf kunnen doen. Er zijn vier redenen waarom wij een aantal van onze taken toch door een verbonden partij laten uitvoeren:
•    Samenwerken aan beleidsuitdagingen die belangrijk zijn voor meerdere gemeenten of die de gemeentegrenzen overschrijden;
•    Sommige taken vragen om specialistische kennis die we zelf niet hebben;
•    Het uitbesteden van taken aan een samenwerkingsverband kan beter, efficiënter en/of goedkoper zijn dan de taken zelf uit te voeren;
•    Voor sommige beleidsterreinen is samenwerken wettelijk verplicht.
De ambtelijke organisatie zorgt ervoor dat de afstemming tussen gemeente en regionale samenwerkingsverbanden goed verloopt.

Wat is een verbonden partij precies?
Een verbonden partij is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een financieel én bestuurlijk belang heeft:
•    de gemeente financiert (samen met de andere deelnemers) de samenwerkingsorganisatie. Als deze verbonden partij onverhoopt failliet gaat of zijn financiële verplichtingen niet na kan komen, dan is de gemeente aansprakelijk;
•    de gemeente heeft zeggenschap door vertegenwoordiging of stemrecht in het bestuur van de verbonden partij (via bijvoorbeeld de burgemeester, een collegelid of een raadslid).

Programma 2: Recreatieschap Twiske Waterland

Terug naar navigatie - Programma 2: Recreatieschap Twiske Waterland
Naam verbonden partij Recreatieschap Twiske Waterland
Site http://www.hettwiske.nl
Kerngegevens

Recreatieschap Twiske-Waterland, gevestigd in Haarlem. 31.000 hectare werkgebied, waarvan 718 hectare beheergebied met 200 hectare water.

Het werkgebied van het recreatieschap bestaat uit de gemeenten Amsterdam (Noord), Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad en het grondgebied van de voormalige gemeente Graft-de Rijp (nu gemeente Alkmaar).

Doel / openbaar belang Het besturen en beheren van recreatiegebieden. Gezien de ligging en het gebruik van het gebied door de inwoners heeft de provincie/gemeente een direct maatschappelijk belang bij het realiseren van de doelen en neemt daarom deel aan de gemeenschappelijke regeling.
Missie Recreatie in het gebied Twiske-Waterland versterken. Het doel van de Gemeenschappelijke Regeling is:
A. het bevorderen van een evenwichtige ontwikkeling in de openluchtrecreatie;
B. in samenhang met het vorenstaande tot stand brengen en bewaren van een evenwichtig natuurlijk milieu;
C. het tot stand brengen en duurzaam in stand houden van het specifiek en gedifferentieerde karakter van het landschap door bescherming, ontwikkeling en consolidatie van de waarden die het in zich draagt;
D. het verwerven van inkomsten uit het recreatiegebied ter verwezenlijking en instandhouding van de direct hiervoor genoemde doelstellingen.
Visie Twiske-Waterland is ingericht als recreatiegebied om gemeenten en natuurgebieden te ontlasten en aantrekkelijke recreatiemogelijkheid te bieden aan recreanten uit omliggende gemeenten en de regio. Het recreatieschap heeft drie hoofdactiviteiten:
- Beheren en in stand houden van de ingerichte gebieden en voorzieningen;
- Beheren en in stand houden routenetwerken en boerenlandpaden;
- Actueel houden en vernieuwen van het aanbod om aan te sluiten bij wensen en behoeften van de recreant.
Ontwikkelingen Met het programma ontwikkeling en inrichting zet het recreatieschap zich in voor de ontwikkeling van recreatie en natuur. Voor 2025 gaat het vooral om:
• Uitvoeren van projecten uit het ontwikkelprogramma;
• Omvormen van de Marsen tot zorgboerderij;
• Samenwerking in de Veen & Poldercoalitie Laag Holland voor het realiseren van het IBP VP Amsterdam Wetlands;
• Uitwerken en (mede)realiseren van het recreatief netwerk en buitenpoorten;
• Begeleiden recreatieve meekoppelkansen Markermeerdijken en daarmee samenhangende projecten zoals Zeesluis, routestructuren;
• Na het vaststellen van de visie voor de Twiske Poort, overgaan tot realisatie van deze locatie.
Eigen vermogen per 01-01-2025 €5.003.000
Eigen vermogen per 31-12-2025 €5.012.000
Vreemd vermogen per 01-01-2025 €472.000
Vreemd vermogen per 31-12-2025 €474.000
Bijdrage gemeente aan GR 2025 €20.540
Rekeningresultaat 2023 van de GR €17.875
Risico's en beheersmaatregelen De belangrijke risico’s voor Twiske-Waterland zijn:
• Overmacht: optreden extreem weer, brand, (vogel)ziekte en plagen flora en fauna en (drugs)dumpingen;
• Geen (grootschalige) evenementen;
• Onzekerheid ontwikkelingen door veranderende maatschappelijke perceptie.

Programma 2: Nationaal Landschap Laag-Holland

Terug naar navigatie - Programma 2: Nationaal Landschap Laag-Holland
Naam verbonden partij Nationaal Landschap Laag-Holland
Site http://www.laagholland.nl/nationaal-landschap
Kerngegevens Nationaal Landschap Laag-Holland, gevestigd in Haarlem
Doel / openbaar belang Nationaal Landschap Laag is een samenwerkingsverband tussen diverse partijen (provincie, gemeenten, hoogheemraadschap, Natuur- en landbouworganisaties) die zich inzet voor het behoud van de kernkwaliteiten van Nationaal Landschap Laag Holland
Missie De organisatie Laag Holland voert de regie over het Nationaal Landschap. Visievorming op de vele thema’s (landschap, landbouw, natuur, water, recreatie, communicatie) vindt in de stuurgroep plaats. 
Visie Laag, lager, laagst. Mens en natuur hebben in Laag Holland samengewerkt om iets heel moois onder de zeespiegel te maken. Dat vind je terug in de openheid, de prachtige rechte lijnen, en de beschermde stads- en dorpsgezichten. Daarom is Laag-Holland een nationaal landschap. Dat betekent dat het landschap intact moet blijven. Geen grootschalige nieuwbouw dus, maar oude molens, droogmakerijen, weidse uitzichten, en ruimte voor rust en natuur. 
Ontwikkelingen Geen
Eigen vermogen per 01-01-2025

 

 

Er zijn geen specifieke gegevens bekend over de financiële huishouding van Nationaal Landschap Laag-Holland omdat deze post is opgenomen in de boekhouding van de provincie Noord-Holland.    

Eigen vermogen per 31-12-2025
Vreemd vermogen per 01-01-2025
Vreemd vermogen per 31-12-2025
Bijdrage gemeente aan GR 2025

Rekeningresultaat 2023 van de GR

 Risico's en beheersmaatregelen Geen

Programma 3: GR Gemeenschappelijke GezondheidsDienst Zaanstreek-Waterland (GGD ZW)

Terug naar navigatie - Programma 3: GR Gemeenschappelijke GezondheidsDienst Zaanstreek-Waterland (GGD ZW)
Naam verbonden partij GR Gemeenschappelijke GezondheidsDienst Zaanstreek-Waterland (GGD ZW)
Site ggdzw.nl
Kerngegevens Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zaanstreek-Waterland, Zaandam
Doel / openbaar belang Bevorderen en uitvoeren van de collectieve preventie en andere activiteiten in het kader van de gezondheidszorg.
Missie GGD Zaanstreek-Waterland beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid en de sociale veiligheid van alle mensen in de regio. Daarbij staat een preventieve en collectieve aanpak voorop. Uiteraard met specifieke aandacht voor bevordering van participatie en ondersteuning van de eigen regie van mensen. Als uitvoeringsorganisatie van de gemeenten sluit de GGD aan bij de gemeentelijke verantwoordelijkheden in het sociaal domein. Het sociale domein gaat over alles wat mensen in hun directe bestaan raakt, zoals (gezondheids)zorg en welzijn. Daarbij is gezondheid veel meer dan ‘niet ziek zijn’. Het gaat om ‘lekker in je vel zitten’, zodat je mee kan doen aan de samenleving. De gemeenten en GGD in Zaanstreek Waterland willen hun inwoners helpen zich positief gezond(er) te voelen en gezonde keuzes te maken, in een omgeving die uitnodigt tot gezond gedrag.
Visie De GGD werkt vanuit de bedoeling dat mensen in Zaanstreek-Waterland gezond en veilig kunnen leven. Daarbij hanteren zij de volgende gedeelde, regionale uitgangspunten:
• Preventie (vroeg signaleren en aanpakken)
• Normaliseren (gewone problemen gewoon oplossen)
• Differiënteren (verschil durven maken)
De GGD gaat voor doorontwikkeling van de eigen kwaliteiten, aansluiten bij en inspelen op nieuwe ontwikkelingen, hantering van een helder afwegingskader voor de uitvoering van contracttaken, investeren in verbinding.
Ontwikkelingen

De nieuwe gemeenschappelijke regeling (GR) is in het voorjaar van 2024 vastgesteld. De Begroting 2025 heeft als onderlegger het nieuwe dienstenoverzicht wat in het najaar van 2024 in de Raad zal komen. Ook zijn er ontwikkelingen rondom het businessplan voor de nieuwe huisvesting (de oude huisvesting voldoet niet meer en er wordt een samenwerking gezocht met de VrZW voor een gezamenlijke huisvesting). De verwachting is dat de kosten zullen stijgen.  

Eigen vermogen per 01-01-2025 €1.695.253
Eigen vermogen per 31-12-2025 €1.695.253
Vreemd vermogen per 01-01-2025 €10.878.343
Vreemd vermogen per 31-12-2025 €9.689.010
Bijdrage gemeente aan GR 2025

Deelnemersbijdrage Gemeenschappelijke Regeling:        €523.817

Contracttaken:        €130.053

Totaal te betalen aan GGD:   €653.870

Rekeningresultaat 2023 van de GR  -/- €200.962
Risico's en beheersmaatregelen

In de begroting van de gemeente is rekening gehouden met de verkoop van het gebouw aan de Vurehout inzake de gezamenlijke huisvesting van de VrZW. Hierin is een vertraging gekomen. Dit betekent dat er (waarschijnlijk) een begrotingswijziging zal moeten komen. 
Als zich in de regio calamiteiten voordoen die een bedreiging vormen voor de volksgezondheid (bijvoorbeeld uitbraak infectieziekte), of in het kader van de rampenbestrijding inzet vragen van de GGD, zullen hieruit kosten voortvloeien. Met deze kosten is in de begroting geen rekening gehouden.
In dit kader kan de coronacrisis worden aangehaald. Deze crisis heeft echter niet geleid tot financiële risico’s. Vanaf het allereerste begin van de crisis was duidelijk dat de GGD de uit deze crisis voortkomende extra kosten niet zelf zou kunnen en hoeven dragen. Hiervoor is financiële ondersteuning van het Rijk ontvangen.

Vanuit de strategische risicoinventarisatie worden drie risico’s benoemd door de GGD:
- beleidsveranderingen van de gemeenten;
- veranderde werkwijze politie;
- veranderende werkwijze GGZ. 
Daarnaast betekent de hierboven genoemde ontwikkeling rond de vernieuwde GR en het nieuwe dienstenoverzicht een financieel risico voor de deelnemende gemeenten. De uitkomst van deze ontwikkeling zou namelijk kunnen betekenen dat de gemeentelijke bijdrage omhoog gaat.

Programma 5: GR Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VRZW)

Terug naar navigatie - Programma 5: GR Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VRZW)
Naam verbonden partij GR Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VRZW)
Site veiligheidsregiozaanstreekwaterland.nl
Kerngegevens Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland, Zaandam
Doel / openbaar belang Het bewerkstelligen van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde uitvoering van brandweer/GHOR/CPA-taken in ruime zin met inbegrip van het beperken en bestrijden van rampen en zware ongevallen en overigens een goede hulpverlening bij een ongeval of een ramp te bevorderen in het gebied met acht deelnemende gemeenten. De Veiligheidsregio/RWBZ voert regiotaken op het gebied van preventie, preparatie en alarmcentrale. Daarnaast is de gemeentelijke crisisorganisatie inmiddels regionaal georganiseerd als gevolg van de wet op de Veiligheidsregio’s. Deze processen worden steeds verder geprofessionaliseerd.  De nafase van een crisis blijft een taak van de gemeente. De VRZW ondersteunt gemeenten om deze taken te organiseren.
Missie De partners in de veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland gaan ‘arm in arm voor veiligheid’ om het samenwerkingsverband te bestendigen en uit te bouwen. Dit samenwerkingsverband helpt maatschappelijke verstoringen voorkomen of beperken in het belang van en samen met de burgers.
Visie De partners in de veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland gaan ‘arm in arm voor veiligheid’ om het samenwerkingsverband te bestendigen en uit te bouwen. Dit samenwerkingsverband helpt  maatschappelijke verstoringen voorkomen of beperken in het belang van en samen met de burgers.

• Wij werken adequaat en effectief samen op het gebied van integrale veiligheid 
• Wij treden adequaat en snel op bij rampen en crises
• Wij gaan in onze organisatievorming mee in de ontwikkelingen rond bestuurlijke schaalvergroting 
• Wij hebben wederzijds werkbare afspraken met de politieregio 
• Wij werken actief samen met de burger opdat deze bewust en zelfredzaam handelt
Ontwikkelingen De VRZW gaat in 2025 vervolg geven aan het Beleidsplan 2025-2028 en de Kaderbrief 2024

De Kaderbrief 2025 heeft de volgende onderwerpen voor 2025:
-toekomstgerichte crisisbeheersing
-toekomstbestendige brandweerzorg
-versterken basisbrandweereerzorg
-samenwonen en samenwerken met de GGD 
- toekomstbestendige organisatie en werkgeverschap (diversiteit & inclusie, vitaliteit en duurzaamheid)
-technologische ontwikkelingen
-verbeteren informatievergaring, duiding en deling 
Eigen vermogen per 01-01-2025 € 803.000
Eigen vermogen per 31-12-2025 € 691.000
Vreemd vermogen per 01-01-2025 € 20.604.000
Vreemd vermogen per 31-12-2025 € 22.969.000
Bijdrage gemeente aan GR 2025 €917.930
Rekeningresultaat 2023 van de GR  -/- € 171.000
Risico's en beheersmaatregelen Uit de Ontwerpbegroting 2025 (pagina 42) blijkt dat de weerstandscapaciteit (€691.000) per eind 2025 van de VrZW als 'onvoldoende' gekwalificeerd kan worden (ratio 0,76%). Met name het risico op het uitblijven van de rijksbijdrage voor de verplichte wijziging van het brandweerstelsel heeft grote impact. Dit is een politiek bestuurlijk risico. Het kan zijn dat heroverweging van de financiering van de activiteiten in het kader van Toekomstbestendige Brandweerzorg plaats moet vinden. Dit risico vloeit niet voort uit de reguliere taakstelling van VrZW. In dit licht is een tijdelijk verlaging van de weerstandscapaciteit acceptabel.

Programma 5: Vervoerregio

Terug naar navigatie - Programma 5: Vervoerregio
Naam verbonden partij Vervoerregio Amsterdam
Site https://vervoerregio.nl/
Kerngegevens Jodenbreestraat 25, 1011 NH Amsterdam
Doel / openbaar belang Samenwerking versterken op het gebied van verkeer en vervoer, bevorderen van bereikbaarheid
Missie Verkeer en vervoer ondersteunt de ruimtelijk-economische ontwikkelingen en de ontplooiingskansen van mensen. Dat vraagt om intensieve samenwerking afstemming tussen het mobiliteitsbeleid en de andere beleidsvelden.
Visie Het versterken van de samenwerking op het gebied van Verkeer en Vervoer in regio Amsterdam-Almere.
Ontwikkelingen

Met het aannemen van de motie Bikker is er ruimte gecreëerd voor een eenmalige uitgaven om het OV niet te verschralen. Daarnaast is er extra geld vrij gekomen voor andere projecten. De afzonderlijke verkeersprojecten binnen gemeente Oostzaan blijft de BDU-subsidie gewoon beschikbaar. 

Voor het realiseren van de mobiliteitsprogramma zijn we een samenwerking aangegaan met de VRA. Hierbij komen er extra financiële middelen voor dit project. 

Eigen vermogen per 01-01-2025 €0
Eigen vermogen per 31-12-2025 €0
Vreemd vermogen per 01-12-2025 €450.460.314
Vreemd vermogen per 31-12-2025 €475.472.942
Bijdrage gemeente aan GR 2025 € 0
Rekeningresultaat 2023 van de GR € 0
Risico's en beheersmaatregelen

We lopen als deelnemende gemeenten een financieel risico omdat we, zoals bij alle gemeenschappelijke regelingen, gezamenlijk de kosten dragen. Bij de VRA lopen we echter weinig risico omdat we geen bijdrage aan de VRA betalen. We ontvangen subsidies voor projecten. Mocht
de VRA onvoldoende middelen hebben en onze projecten minder of helemaal niet subsidiëren dan bepalen we als deelnemende gemeenten zelf of we een dergelijk project wel of niet uitvoeren (geen risico). Ook voor verliesgevende projecten die de VRA zelf uitvoert betalen we als deelnemende gemeenten niet.

Weerstandsratio
De weerstandsratio van de Vervoerregio eind 2023 is 1,6. Dit is ruim voldoende. Hoe hoger het weerstandsratio, hoe minder risico de deelnemende gemeentes lopen.

Programma 5: OD IJmond

Terug naar navigatie - Programma 5: OD IJmond
Naam verbonden partij OD IJmond
Site www.odijmond.nl
Kerngegevens Omgevingsdienst IJmond voert namens en vóór veertien gemeenten en de provincie Noord-Holland taken uit op het gebied van milieutoezicht en handhaving. Zij ondersteunen en adviseren inwoners en bedrijven op het gebied van milieuvergunningen.
Doel / openbaar belang De beleidslijnen die door de deelnemende gemeenten en de Provincie Noord-Holland in hun milieubeleidsplannen en overeenkomsten zijn neergelegd, bepalen welke werkzaamheden uitgevoerd worden en worden vastgelegd In het uitvoeringsprogramma van ODIJmond. ODIJmond heeft namelijk zelf geen milieubeleidsdoelstellingen en is een uitvoerende dienst.
Missie ODIJmond draagt bij aan het bereiken en in stand houden van een veilige en duurzame fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit binnen ons werkgebied. Daarbinnen inspireert ODIJmond burgers en bedrijven tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Het resultaat is een landelijk vooruitstrevende en toekomstbestendige voorbeeldorganisatie waar partners met vertrouwen mee samenwerken.
Visie

ODIJmond werkt, als onderdeel van het openbaar bestuur, samen met burgers, bedrijven en overheden aan een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Naast vergunningverlening, toezicht en handhaving bij bedrijven, adviseert ODIJmond over de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving en duurzaamheid binnen het ruimtelijke domein.

In de uitvoering van onze taken vervult ODIJmond een proactieve, regisserende en vooral verbindende rol. Als procesregisseur met kennis van zowel Inhoud als uitvoering bevordert ODIJmond een integrale aanpak binnen het ruimtelijk domein en koppelt ODIJmond de juiste partijen aan elkaar. Daarbij is kwalitatieve en adequate dienstverlening leidend. Initiatieven van burgers en bedrijven vragen van ODIJmond een open houding, gericht op wederzijds vertrouwen. Als kennisorgaan anticipeert ODIJmond hierop en faciliteert met een helder inzicht in het speelveld, binnen de kaders van de wet- en regelgeving.

Ontwikkelingen

In de begroting voor het begrotingsjaar geeft het bestuur van ODIJ een indicatie over de hoogte van de bijdrage van de deelnemers, de beleidsvoornemens en prijscompensatie. De begroting maakt inzichtelijk welke ontwikkelingen op zowel korte als langere termijn invloed hebben op het beleid en de organisatie, welke strategische keuzes worden gemaakt en welke financiële kaders hiervoor worden vastgesteld. 

Het werkveld van de ODIJ is sterk in ontwikkeling. Er zijn grote complexe maatschappelijke en inhoudelijke vraagstukken waar de dienst een actieve en belangrijke rol vervult of nog moet gaan vervullen. Thema’s als stikstof, duurzaamheid en energie vragen veel kennis van zaken en hebben een beleidsmatige en uitvoerende kant, in projecten of in vergunningverlening en toezicht. Daarnaast zijn er aanpalende thema’s waar de dienst een rol in speelt. Vooral ondermijning en gebiedsontwikkelingen vragen kennis, betrokkenheid en inzet van de medewerkers van de ODIJ.

De ODIJ voldoet op dit moment niet aan het robuustheid criterium vanuit het landelijke Interbestuurlijk programma (IBP). Het algemeen bestuur van de ODIJ heeft de in opdracht van de staatsecretaris een plan van aanpak IBP opgesteld voor de doorontwikkeling naar een toekomstbestendige ODIJ. Dit plan van aanpak omvat een ontwikkelagenda met vijf ontwikkellijnen, die verder zullen worden uitgewerkt en in financiële zin zullen resulteren in een Begrotingswijziging 2025.  In de Begroting 2025 is verder rekening gehouden met enkele onvermijdbare lastenverhogingen in de overhead.

Eigen vermogen per 01-01-2025 €512.373
Eigen vermogen per 31-12-2025 €497.764
Vreemd vermogen per 01-01-2025 €11.149.112
Vreemd vermogen per 31-12-2025 €8.978.413
Bijdrage gemeente aan GR 2025 €142.353
Rekeningresultaat van de GR 2023 €105.487
 Risico's en beheersmaatregelen De door de GR geïdentificeerde risico's betreffen met name de bedrijfsvoering. Daarnaast zullen kosten gemaakt worden in geval van calamiteiten die de normale uitoefening van taken te boven gaan. Risico's zijn uiteindelijk voor rekening van de deelnemende gemeenten.

Programma 6: Cocensus

Terug naar navigatie - Programma 6: Cocensus
Naam verbonden partij Cocensus
Site cocensus.nl
Kerngegevens Openbaar lichaam genaamd 'gemeenschappelijke regeling Cocensus',  gevestigd te Heemskerk, gemeente Heemskerk.
Doel / openbaar belang Cocensus is een gemeenschappelijk regeling (GR) van dertien gemeenten namelijk Haarlem, Haarlemmermeer, Hillegom, Beverwijk, Oostzaan, Wormerland, Alkmaar, Bergen, Uitgeest, Heiloo, Castricum, Dijk & Waard en Den Helder. In deze GR zijn de uitvoeringswerkzaamheden in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) en de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen ondergebracht.
Cocensus verzorgt het bestandsonderhoud, de heffing, de invordering, de behandeling van bezwaar- en beroepschriften en de behandeling van verzoeken om kwijtschelding.
Missie Cocensus is de partner voor het integraal waarderen, heffen en invorderen van decentrale belastingen en heffingen. 
Visie Cocensus heeft een bedrijfsmatige grondslag en zal tegen een zo laag mogelijk tarief en zo hoog mogelijke kwaliteit haar diensten integraal aanbieden. De belangrijkste waarden hierbij zijn: 
·   Klantgericht
·   Kwalitatief
·   Innovatief
·   Efficiënt en effectief
·   Resultaatgericht
·   Integriteit
Ontwikkelingen

Cocensus heeft in de afgelopen jaren haar focus gelegd op het leveren van diensten tegen zo laag mogelijke kosten, terwijl ze tegelijkertijd de hoogste kwaliteit in haar dienstverlening handhaaft. Deze benadering zal ook in de komende jaren worden voortgezet, waarbij schaalvergroting en uitbreiding van dienstverlening belangrijke onderdelen zijn die hieraan bijdragen.

Schaalvergroting
Cocensus heeft de afgelopen periode meer dan 1 miljoen aanslagen succesvol verstuurd. Het managementteam heeft geconcludeerd dat de organisatie momenteel goed gepositioneerd is en klaar is voor verdere groei. Per 1 januari 2025 kan, na instemming van de gemeenteraden van de huidige deelnemers, de groei zich verder doorzetten met de toetreding van de gemeente Landsmeer tot de gemeenschappelijke regeling.

Schuldenknooppunt
Een nieuwe ontwikkeling bij Cocensus is de aansluiting bij het Schuldenknooppunt, een publiek-private samenwerking tussen schuldhulpverleners en schuldeisers. Dit initiatief heeft tot doel de uitwisseling van gegevens tussen deze partijen eenvoudiger en sneller te maken. Door gebruik te maken van één gestandaardiseerde communicatiemethode en één centraal kanaal worden alle inspanningen in de schuldenketen met elkaar verbonden. Het Schuldenknooppunt is breed gedragen en heeft geen winstoogmerk, en het zal fungeren als het centrale platform voor gegevensuitwisseling in de schuldhulpverlening.

Automatisering
Er vinden belangrijke ontwikkelingen plaats in de geautomatiseerde verwerking van bezwaren, wat kan resulteren in een versnelling van dit proces. Dankzij geavanceerde technologieën wordt het nu mogelijk om bezwaren efficiënter en sneller af te handelen door ze automatisch te analyseren en relevante informatie te extraheren.

Cocensus blijft nauwlettend de ontwikkelingen en vereisten op het gebied van informatiebeveiliging volgen, zoals vastgesteld door de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Door middel van een individuele risicoafweging wordt bepaald hoe aan de beveiligingsdoelstelling van elke controle kan worden voldaan. De BIO voorziet ook in specifieke overheidsmaatregelen om bepaalde controles nader te specificeren. Cocensus omarmt deze richtlijnen en implementeert alle vereiste controles en maatregelen om aan de BIO te voldoen, waarbij zij actief betrokken is bij het begrijpen en toepassen van deze vereisten en passende maatregelen neemt om de informatiebeveiliging te waarborgen en te verbeteren.

Eigen vermogen per 01-01-2025 €510.000
Eigen vermogen per 31-12-2025 €225.000
Vreemd vermogen per 01-01-2025 €15.267.000
Vreemd vermogen per 31-12-2025 €14.456.000
Bijdrage gemeente aan GR 2025 (inclusief de Bestuurlijke Boetes) €782.000
Resultaat van de GR 2023 -/-€181.000
Risico's en beheersmaatregelen

Het risico van de voortdurende invloed van No Cure No Pay bureaus voor de periode 2025-2029 kan worden verminderd door de wetswijziging die in 2024 van kracht is gegaan en naar alle waarschijnlijkheid zal resulteren in een afname van bezwaarschriften van deze bureaus. In 2023 hebben we een aanzienlijke toename van 340% gezien in het aantal bezwaarschriften tegen de WOZ-waarde. Deze sterke stijging heeft de capaciteit van Cocensus aanzienlijk belast, terwijl deze capaciteit eigenlijk beter ingezet kan worden voor bestandsoptimalisatie.

Voor 83% van de bedrijven is het niet de vraag of er een cyberaanval zal plaatsvinden, maar wanneer. Hoewel Cocensus blijft investeren in Cybersecurity nemen de cyberrisico’s wereldwijd toe. Volgens IBM zijn de gemiddelde kosten voor een databreuk 4,35 miljoen dollar. Door de beheersmaatregelen die er genomen zijn is de verwachting dat er bij Cocensus een cyberaanval plaatsvindt laag. Voor de risico-analyse wordt rekening gehouden met 10%. 

Cocensus heeft een zeer beperkt weerstandsvermogen (de algemene reserve is contractueel gemaximeerde op €250.000). Dit houdt in dat financiële tegenvallers in rekening worden gebracht bij de deelnemers.

Programma 6: OVER-Gemeenten

Terug naar navigatie - Programma 6: OVER-Gemeenten
Naam verbonden partij OVER-gemeenten
Site  www.over-gemeenten.nl
Kerngegevens OVER-gemeenten, Oostzaan en Wormerland
Doel / openbaar belang OVER-gemeenten, een samenwerking tussen Wormerland en Oostzaan, is opgericht om beleidsmatige, uitvoerende en organisatorische opgaven te bundelen en de dienstverlening te verbeteren. De gemeenschappelijke regeling werkt binnen kaders vastgesteld door de gemeenteraden van Wormerland en Oostzaan.
Missie OVER-gemeenten optimaliseert het samenspel tussen colleges, bestuur en organisatie als fundament voor een effectieve serviceorganisatie voor meerdere gemeenten. Daarnaast richt het zich op het optimaliseren van dienstverlening aan inwoners, bedrijven en instellingen, en de efficiënte bedrijfsmatige ondersteuning voor klantgerichte processen. Een constante kwaliteit wordt nagestreefd door optimale inzet van personeel.
Visie In de notitie ‘Verbinding te OVER’ is de volgende visie opgenomen:
“Een lenige en slagvaardige organisatie, gericht op de buitenwereld, samen en voor elkaar, daadkrachtig, en met een positief kritische, lerende en betrokken cultuur”.
Ontwikkelingen

De dynamiek van de arbeidsmarkt heeft een aanzienlijke invloed op de bedrijfsvoering, waarbij 80% van de begroting wordt bepaald door personeelskosten. Om de afhankelijkheid van externe inhuur te verminderen, werft de organisatie zeer actief nieuwe vaste medewerkers. Desondanks blijft externe expertise nodig, wat resulteert in toenemende inhuurkosten.

Naast reguliere werkzaamheden worden diverse projecten uitgevoerd, waaronder "Plan van Aanpak Verbinding te OVER" en "Duurzaam Begrotingsevenwicht". Het beheersen van kosten blijft een uitdaging; een aanvullende bijdrage van gemeenten is nodig om de begrotingstekorten in 2024 te dekken.

Eigen vermogen per 01-01-2025 €477.119
Eigen vermogen per 31-12-2025 €477.199
Vreemd vermogen per 01-01-2025 €2.401.636
Vreemd vermogen per 31-12-2025 €2.401.6363
Bijdrage gemeente aan GR 2025 €9.969.136
Resultaat van de GR 2023 €829.293
 Risico's en beheersmaatregelen Belangrijke risico's voor de gemeente liggen in de financiering van OVER-gemeenten. Specifieke zorgen betreffen de beheersing van personeelskosten bij hoog verloop of ziekte, en de toenemende overdracht van taken vanuit het Rijk zonder toereikende financiering.

Programma 6: Stichting Rijk

Terug naar navigatie - Programma 6: Stichting Rijk
Naam verbonden partij
Stichting Regionaal Inkoopbureau IJmond en Kennemerland (RIJK)
Site https://www.stichtingrijk.nl/
Kerngegevens Raadhuisplein 1, 2101 HA Heemstede
Doel / openbaar belang Het creëren van voordelen op zowel financieel, kwalitatief als procesmatig gebied voor zelfstandige gemeenten, onder andere door het faciliteren van een regionaal inkoopbureau en voorts al hetgeen met één en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords
Ontwikkelingen Stichting Rijk valt niet onder de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) en heeft andere regels m.b.t. informatieverstrekking aan hun verbonden partijen dan de Wgr voorschrijft. 
Eigen Vermogen 01-01-2025 €1.044.000
Eigen Vermogen 31-12-2025 €1.047.250
Vreemd Vermogen 01-01-2025 €870.000
Vreemd Vermogen 31-12-2025 €837.800
Bijdrage gemeente aan GR 2025 €63.220
Resultaat van de GR 2023 -/-€40.225
Risico's en beheersmaatregelen Stichting Rijk heeft een weerstandsratio van 1,2. De risico’s voor de gemeente zijn zodoende minimaal.
   

Overige Samenwerkingsverbanden

Terug naar navigatie - Overige Samenwerkingsverbanden

Privaatrechtelijke verbintenissen
Wij zijn ook privaatrechtelijke samenwerkingsvormen aangaan.

Hieronder is een overzicht met de volgende private partijen weergegeven:
- Overeenkomst tot uitvoering op HRM-gebied met Driessen voor wat betreft de salarisadministratie.
- Overeenkomst tot samenwerking in regio-verband bij milieutaken (omgevingsdienst IJmond).
- Gemeente Archief Zaanstad

Aandelen
Vanuit onze aandeelhouderschap hebben wij ook een verbintenis met de volgende bedrijven:
- Bank voor Nederlandse Gemeenten
- E.Z.W. N.V.

Bijzondere samenwerkingsverbanden
Naast de bovenstaande verbonden partijen werken wij ook samen met de volgende partijen:

  • Regionaal bestuurlijk Overleg Politie (RBOP)
  • Regionale informatie en expertisecentrum (RIEC)
  • Stichting Grootschalige basiskaart Noord-Holland
  • Regionaal platform recreatie en toerisme
  • Stichting Marketing Zaanstreek
  • Provincie (risicokaart)
  • ORS (Omgevingsraad Schiphol)
  • Archeologie Zaanstad-Oostzaan
  • Regionale samenwerking decentralisatie in het Sociaal Domein

Overige samenwerking
De gemeente Oostzaan staat in beginsel positief tegenover het aangaan van samenwerkingsverbanden met derden, teneinde het publieke belang zoveel mogelijk te dienen. In dat kader is dan ook aandacht voor nieuwe kansen of ontwikkelingen, om –indien noodzakelijk- de bestaande samenwerkingsverbanden verder uit te werken of nieuwe samenwerkingspartners te zoeken. De aard van de beoogde samenwerking en de publieke belangen die daarbij betrokken zijn, zijn leidend voor de vorm van samenwerking en de partij waarmee samenwerking wordt gezocht. Dat kan zowel een bestuursorgaan, een gemeente of een private partij zijn.

Paragraaf Financiering

Waar gaat het over

Terug naar navigatie - Waar gaat het over

Deze paragraaf geeft duidelijkheid over hoe de financiering van decentrale overheden (zoals gemeenten) werkt. We leggen hier zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over financiering uit. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) zorgt voor duidelijke regels voor de financiering en helpt de kredietwaardigheid van overheidsorganisaties te verbeteren. Deze wet maakt ook de financiering transparanter. De wet introduceert twee belangrijke onderdelen:

  • het treasurystatuut
  • de financieringsparagraaf.

Het treasurystatuut heeft als doel om de verantwoordelijkheden en bevoegdheden duidelijk vast te leggen. Hierdoor kan de gemeenteraad beter zijn taak uitvoeren. De financieringsparagraaf geeft inzicht in belangrijke ontwikkelingen en de plannen voor risicobeheer, de financiële situatie, en de leningen.

Op 4 februari 2019 heeft de raad een geactualiseerd treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut staat hoe het financiële beleid wordt gemaakt, hoe de planning en controle georganiseerd zijn, hoe de uitvoering van financieringsactiviteiten verloopt, en hoe de interne en externe controle is geregeld.

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen

Bij interne ontwikkelingen gaat het onder andere over het afstoten van bedrijfsonderdelen of het oppakken van nieuwe activiteiten. Het komend jaar is van geen van beide sprake. Ten aanzien van de externe ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de treasuryfunctie, zoals de internationale economische ontwikkeling en de geld- en kapitaalmarkt, laten wij ons primair adviseren door onze ‘huisbankier’ de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Onze adviseurs aldaar volgen de ontwikkelingen nauwlettend en hebben ook de knowhow op dit gebied.

Financieringsbehoefte

Terug naar navigatie - Financieringsbehoefte

De komende jaren verwachten wij een mutatie in de financieringsbehoefte. Deze wordt bepaald door de lopende investeringen per balansdatum 31 december 2023, het Meerjareninvesteringsplan 2022-2030, het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2019-2023, de grondexploitatie en het inzetten van reserves en voorzieningen. Daarnaast hebben de negatieve begrotingssaldi voor de komende jaren een negatieve invloed op de financieringsbehoefte van de komende jaren.

Financieringsbehoefte (bedragen x € 1.000,-)
2025 2026 2027 2028
Begrotingssaldi (primaire begroting) -2.073 -2.136 -2.319 -1.731
Mutaties reserves en voorzieningen 740 125 33 89
Afschrijvingen 2.342 2.504 2.800 1.874
Investeringen 2025-2028 -2.927 -11.550 0 -4.177
Aflossing huidige langlopende leningen -920 -920 -920 -920
Aflossing nieuwe langlopende leningen (nog af te sluiten) 0 -100 -333 -367
 Totaal -2.838 -12.077 -739 -5.232

Treasurybeleid

Terug naar navigatie - Treasurybeleid

Het uitgangspunt voor de treasury-activiteiten voor de komende jaren is dat we de bedragen en looptijden van aan te trekken langlopende leningen afstemmen op het renterisico dat de gemeente loopt. De zogenaamde renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. Nieuwe leningen zullen we voor een looptijd van vijf tot vijfentwintig  jaar aan gaan, waarbij rekening wordt gehouden met de afschrijvingstermijn van het project of activum. Bij duidelijk oplopende rentestanden zullen we dit heroverwegen en eventueel voor kortere termijnen kiezen. De structurele vermogensbehoefte wordt structureel gefinancierd.

Leningportefeuille

Terug naar navigatie - Leningportefeuille

Hieronder wordt de ontwikkeling van de portefeuille van de langlopende leningen weergegeven.

Mutaties leningenportefeuille (bedrag x €1.000)
2024/2025
Stand per 1 januari 2024 (bron: jaarrekening 2023) 29.785
Reguliere aflossing 2024 -920
Verwachte stand per 31-12-2024 28.865
Reguliere aflossing 2025 -920
Aantrekken nieuwe lening 2025, op basis van geplande investeringen en optimaal gebruik van kasgeldleningen 3.000
Verwachte stand per 31 december 2025 30.945

Rentevisie en rentekosten

Terug naar navigatie - Rentevisie en rentekosten

Rentevisie
We baseren ons op verwachte ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. De grote algemene banken en de banken voor de publieke sector (onder andere onze ‘huisbank’ BNG) houden deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten, met inachtneming van de zogenaamde ‘prudente’ houding die een gemeente ten aanzien van beleggingen en leningen dient te hebben.

Rentekosten
De interne rekenrente voor investeringen en producten bedraagt voor 2025 eveneens 2,3%. Dit percentage is vastgesteld in de Kadernota 2025, en zal worden doorberekend naar de kapitaallasten van alle afgeronde en nieuwe investeringen.   

Risicobeheer en berekening Renterisico

Terug naar navigatie - Risicobeheer en berekening Renterisico

De Wet FIDO verplicht de kasgeldlimiet en de renterisiconorm in beeld te brengen. De provincie gebruikt deze bij het uitoefenen van haar toezichthoudende functie. De kasgeldlimiet betreft het renterisico van de vlottende schuld. De renterisiconorm betreft het renterisico van de langlopende schuld.

Prognose kasgeldlimiet voor 2025 (bedragen x €1.000)
2025
Omvang van de begroting over 2025 (totalen programma 1 tm 6) 30.011
- in procenten van de omslag 8,5 %
(1) Toegestane kasgeldlimiet 2.551
(2) Omvang vlottende korte schuld 2.150
(3) Omvang vlottende middelen 5.500
Contante gelden in kas 1
Tegoeden in rekening courant 503
Overige uitstaande gelden < 1 jaar 536
Toets kasgeldlimiet:  
(4) Totaal netto vlottende schuld (2-3) 3.350
Toegestane kasgeldlimiet (1) 2.551
Onderschrijding van het kasgeldlimiet 799

 

Renterisico
De gemeente loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet FIDO de renterisiconorm geformuleerd. Het doel van deze norm is het voorkomen van een overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar, ter bescherming van de gemeentelijke financiële positie.

Berekening Rente Risico Norm (bedragen x €1.000)
2025
Renteherzieningen 2025 0
Aflossingen in 2025 -920
Saldo (Renteherzieningen minus Aflossingen) 0
Norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal € 30.010.708
6.002
Herzieningsruimte onder de norm 2025 6002

Bij de renterisiconorm wordt rekening gehouden met de renterisico’s die gemeenten lopen over nieuw af te sluiten leningen ter vervanging van afgeloste leningen. De renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt zorgen ervoor dat de gemeente een ogenschijnlijk gering risico loopt. Omdat de huidige leningen niet geherfinancierd hoeven te worden, is er geen sprake van renterisico.

We volgen de liquiditeiten nauwlettend. De Wet FIDO verplicht gemeenten binnen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm te blijven. Investeringen en de daaraan verbonden geldleningen hebben gevolgen voor deze renterisiconorm. Onder ‘Risicobeheer’ verwerken we de genoemde financieringsbehoefte in de berekening van de renterisiconorm, zodat we kunnen beoordelen of ons voorgenomen beleid voor 2025-2028 binnen de kaders van de Wet FIDO valt.

Solvabiliteit

Terug naar navigatie - Solvabiliteit

Met solvabiliteit wordt aangegeven in hoeverre een onderneming de financiële verplichtingen (betalingen) aan verschaffers van vreemd vermogen (leningen) kan nakomen met behulp van alle activa. Aangezien de liquidatiewaarde (verkoopwaarde) van de vaste activa niet bekend is, moet er bij de bepaling van de liquiditeit worden uitgegaan van de boekwaarden van de activa, zoals deze zijn opgenomen in de jaarrekeningen. De solvabiliteit wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het totale vermogen x 100%. In onderstaand schema is de berekening van de solvabiliteit berekend op basis van de vastgestelde jaarrekeningen.

Jaar Eigen vermogen Vreemd vermogen Totaal vermogen Solvabiliteit
2013 9.216.197 33.258.436 42.474.633 21,70 %
2014 5.740.763 36.511.914 42.252.677 13,58 %
2015 5.383.915 35.782.128 41.166.043 13,07 %
2016 5.856.859 33.782.053 39.638.882 14,78 %
2017 5.680.056 35.516.209 41.196.265 13,79 %
2018 5.011.930 37.998.333 38.010.263 13,19 %
2019 5.547.780 33.240.716 38.788.496 14,30 %
2020 3.807.202 35.563.720 39.370.922 9,67 %
2021 3.393.876 37.804.705 41.198.481 8,24%
2022 4.474.004 39.226.230 43.700.234 10,24 %
2023 10.716.830 39.325.143 50.041.973 21,42 %

Hoe hoger de solvabiliteit, hoe beter de financieringspositie van de gemeente. Afhankelijk van de directe opbrengstwaarde van de activa ligt de minimumnorm voor het bedrijfsleven op een waarde tussen de 25% en 40%.

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Schatkistbankieren

Op 15 december 2013 is de Wet Verplicht Schatkistbankieren van kracht geworden. Dit houdt in dat de decentrale overheden hun overtollige middelen (gelden op rekening courant, bij de bank, boven een bepaald drempelbedrag) aan moeten houden bij het Ministerie van Financiën (de schatkist). Het doel hiervan is het verlagen van de EMU-schuld van de collectieve sector. Doordat de decentrale overheden hun tijdelijk overtollige gelden aanhouden bij de schatkist, wordt de externe financieringsbehoefte van het Rijk verminderd. De gemeenten hebben een rekening-courant bij de schatkist waar de gelden op aangehouden moeten worden. Het zogenaamde drempelbedrag is afhankelijk van de omvang van de begroting. Voor Oostzaan bedraagt deze €1.000.000. Het totaal van alle liquide middelen op de diverse bankrekeningen, en in kas, mag gemiddeld per kwartaal niet boven dit bedrag uitkomen.

Ook in 2025 zal dagelijks de hoogte van de bankrekening worden getoetst aan het drempelbedrag.

Paragraaf Lokale heffingen

Waar gaat het over

Terug naar navigatie - Waar gaat het over

De paragraaf lokale heffingen bevat naast de geraamde inkomsten ook het beleid ten aanzien van de lokale gemeentelijke heffingen, het kwijtscheldingsbeleid en een aanduiding van de lokale lastendruk.

De gemeentelijke heffingen zijn, naast de doeluitkeringen van het Rijk en de algemene uitkering uit het gemeentefonds, een belangrijke bron van inkomsten. Er zijn twee gemeentelijke heffingen: retributies en belastingen. Bij belastingen is er geen directe relatie met een prestatie van de gemeente. Belastingen worden gezien als een algemeen dekkingsmiddel. Bij de retributies is er sprake van een tegenprestatie van de gemeente en mogen de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde kosten voor de uitoefening van de taak, dit betekent dat de kostendekkendheid niet meer mag zijn dan 100%.

 

   

In de BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden) zijn de eisen verscherpt inzake de onderbouwing van de tarieven, die hoogstens kostendekkend mogen zijn. De gemeente moet een overzicht van baten en lasten opnemen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van de kosten. Daarnaast moet in een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen inzichtelijk worden gemaakt hoe bij de berekening van tarieven en heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde kosten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekening, en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling bij de tariefstelling worden gehanteerd.

De gemeente Oostzaan heeft de uitvoering van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en het opleggen van de aanslagen en de invordering van onroerende zaakbelasting (OZB), roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting, afvalstoffenheffing, rioolheffing, hondenbelasting, forensenbelasting, grafrechten en leges omgevingsvergunningen ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling, zijnde Cocensus. Ook de afhandeling van de kwijtscheldingsverzoeken en bezwaar- en beroepschriften vindt plaats door Cocensus.

Cocensus is verantwoordelijk voor de uitvoering van de gemeentelijke belastingen van de gemeenten Haarlem, Haarlemmermeer, Hillegom, Beverwijk, Oostzaan, Wormerland, Alkmaar, Bergen, Dijk en Waard, Den Helder, Uitgeest, Castricum, Heiloo. De gemeente Landsmeer heeft aangegeven om per 1 januari 2025 te willen aansluiten bij Cocensus. Voor de gemeente Oostzaan is de bijdrage over 2025 €782.000 (dit bedrag is nog inclusief de Bestuurlijke Boetes). 

 

Beleidsvoornemens lokale heffingen

Het totale pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen bestaat uit een 11-tal verschillende belastingen en heffingen, die jaarlijks door de gemeenteraad worden vastgesteld in de tarievennota en bijbehorende belastingverordeningen. Op basis van de gerechtelijke uitspraak zal de verordening Bestuurlijke Boetes met ingang van 2025 niet worden opgesteld. 

Uitgangspunt bij het bepalen van de verschillende tarieven zijn:
- aanpassing van de tarieven met het inflatiepercentage van 2,5%.

Uitzonderingen zijn:
- tarieven gebonden aan een wettelijk maximum (zoals reisdocumenten en rijbewijzen);
- afvalstoffenheffing en rioolrecht mogen maximaal kostendekkend zijn;
- voor de OZB en RZB geldt, dat niet de tarieven, maar de opbrengst stijgt met het inflatiepercentage.
 
Toelichting:
Bij de Onroerende Zaak Belasting (OZB) en Roerende Zaak Belasting (RZB) wordt de jaarlijkse totale opbrengst in de begroting geïndexeerd met 2,5%. Voor de berekening van de  OZB tarieven worden bij een stijgende WOZ-waarde de tarieven voor de OZB verlaagd ten opzichte van 2024. Voor een gemiddelde woning stijgt de OZB aanslag met 2,5%.
 
WOZ-waardestijgingen
De WOZ-waardestijging heeft een negatief effect op de Algemene Uitkering. Het Rijk gaat er vanuit dat bij een stijging van de WOZ-waarde de inkomsten van de gemeente stijgen door een hogere opbrengst OZB. Om deze korting van circa €77.500 op de Algemene Uitkering op te vangen, is een compensatiestijging van het OZB-tarief benodigd met 2,8% extra. In de begroting 2025 wordt deze compensatie niet doorgevoerd.

Gemeentelijke belastingen

Terug naar navigatie - Gemeentelijke belastingen

Belastingen hebben een algemeen karakter. Een directe relatie tussen de belasting en de gemaakte kosten van de gemeente is in het algemeen niet aanwezig. Uitgangspunt bij het vaststellen van de belastingtarieven is dat deze trendmatig worden verhoogd met de verwachte inflatie. In overeenstemming met de Kadernota 2025 is in de Programmabegroting 2025-2028 voor de belastingen rekening gehouden met een inflatiepercentage van 2,5%.

Onroerende Zaakbelasting (OZB)
De grondslag voor de OZB wordt gevormd door de waarde van het onroerend goed, die jaarlijks wordt vastgesteld (de zogenaamde herwaardering). Oostzaan hanteerd het uitgangspunt, dat de gemiddelde waardestijging (of daling), die voortvloeit uit de herwaardering, wordt gecompenseerd door een evenredige tariefsverlaging (of evenredige tariefsverhoging).  Conform het vastgestelde inflatietarief uit de kadernota 2025-2028 worden de inkomsten vanuit de OZB inkomsten verhoogd met 2,5%.  De WOZ-waarden voor het belastingjaar 2025 worden gebaseerd op het prijspeil 1 januari 2024. Deze waarde is eind derde kwartaal 2024 bekend. Met inachtneming van deze uitgangspunten is een opbrengst berekend voor 2025 van €1.983.818 voor woningen en €763.956 voor niet-woningen.

Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting (RWWB)
Eigenaren en gebruikers van onroerend goed betalen gemeentelijke belastingen in de vorm van de onroerende zaakbelasting (OZB). Het is wettelijk mogelijk om ook voor eigenaren en gebruikers van roerende woon- en bedrijfsruimten (zoals woonboten en woonwagens) een gelijke belasting in te voeren, te weten de Roerende Woon- en bedrijfsruimte belasting (RWWB). Om eigenaren en gebruikers van roerend en onroerend goed gelijk te behandelen is het tarief van die belasting gelijk aan het tarief van de OZB. De berekende opbrengst voor 2025 bedraagt €7.000.

Hondenbelasting
Onder de naam “hondenbelasting” heft de gemeente een belasting op het houden van honden binnen de gemeente. Belastingplichtige is de houder van de hond. Het aantal honden is bepalend voor de opbrengst van de belasting. De raming voor 2025 bedraagt €36.993.

Toeristenbelasting
Toeristenbelasting is een algemene belasting die een gemeente kan heffen. Toeristenbelasting wordt opgelegd als u verblijft in een gemeente waar u niet staat ingeschreven, zoals bij verblijf in een hotel, pension, caravan of bungalow. De eigenaar van de verblijfplaats krijgt de belastingaanslag voor toeristenbelasting op basis van het aantal overnachtingen. Deze mag de toeristenbelasting aan u doorberekenen. De hoogte van de toeristenbelasting verschilt per gemeente. Gemeenten mogen zelf bepalen of zij toeristenbelasting heffen en hoe zij het tarief berekenen. Dit kan zijn een vast bedrag per verblijf of een percentage per overnachtingsprijs. In Oostzaan wordt gerekend met een vast tarief per overnachting, zijnde een bedrag van €4,75 per persoon per nacht. Het totaal aan begrote opbrengsten toeristenbelasting bedraagt €315.457.

Gemeentelijke retributies

Terug naar navigatie - Gemeentelijke retributies

Onder de naam retributies heft de gemeente tarieven voor diverse typen van dienstverlening. Bij retributies is sprake van een directe relatie tussen de heffing en de gemeentelijke taakuitoefening. De geraamde opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de geraamde kosten voor die taakuitoefening. Belastingplichtige is de aanvrager van de dienst of degene voor wie de dienst is verleend. Geregeld is er landelijk publiciteit over de gemeentelijke tarieven en de verschillen daartussen. Die verschillen ontstaan in de regel als gevolg van de gemaakte beleidskeuzes.

Rioolrechten

Terug naar navigatie - Rioolrechten

Rioolheffing
De kosten die de gemeente maakt als uitvloeisel van de watertaken worden op burgers en bedrijven verhaald via de zogenoemde rioolheffing. De kosten die uit die watertaken voortvloeien (op het gebied van afvalwaterinzameling, afvalwatertransport en afvoer van overtollig regen- en grondwater) zijn berekend in het Gemeentelijk Riolerings Plan 2019-2023. In 2024 wordt gewerkt volgens het GRP 2019-2023. Het GRP zal in 2024 worden herzien en benoemd als WRP (water- en rioleringsplan). De lasten voortkomend uit het WRP zullen worden doorberekend in de tarieven van 2025. In de begroting 2025 is rekening gehouden met een opbrengst van €1.638.054. Ten opzichte van 2024 wordt het tarief voor de rioolheffing verhoogd met het inflatiepercentage van 2,5%.


 

Voor de berekening van de kostendekkendheid wordt gebruikt gemaakt van de software van kostendekkendheid.nl. Onderstaande grafiek wordt hieruit gegenereerd.

In de rioolrechten mag als last meegenomen worden de BTW die gedeclareerd kan worden bij het BTW Compensatiefonds (BCF), zowel de exploitatie-BTW als de investerings-BTW. Immers de gemeenten worden gekort op de Algemene uitkering uit het gemeentefonds voor de BTW die gemeenten kunnen declareren bij het BCF. Dit is de wettelijke compensatie die gemeenten kunnen opvoeren in hun rioolheffing. Daarnaast mag 10% van het budget openbaar groen worden toegerekend. De tot standkoming van het tarief 2025 is gebaseerd op het tarief 2024, verhoogd met 2,5% inflatie. Omdat de kosten harder zijn gestegen, dan de door ons gehanteerde inflatie, is het riool niet meer 100% kostendekkend, maar 96,9% kostendekkend. Voor de hogere kosten wordt in de begroting een beroep gedaan op de aanwezige rioolvoorziening, waaraan een bedrag van €50.024 voor het jaar 2025 zal worden onttrokken.

 


Afval

Terug naar navigatie - Afval

Onder de naam afvalstoffenheffing wordt een recht geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente op grond van de Wet Milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afval heeft. Bij het bepalen van de hoogte van de afvalstoffenheffing wordt rekening gehouden met het feit dat op begrotingsbasis de baten niet hoger mogen zijn dan de lasten. Er wordt gestreefd naar een kostendekkendheid van 100%. In de begroting 2025 is rekening gehouden met een opbrengst van €1.756.107.

Het tarief voor de afvalstoffenheffing wordt opgehoogd met het inflatiepercentage van 2,5%.
Daarnaast wordt vanuit de kostendekkendheid het tarief opgehoogd als gevolg van hogere kosten en genomen maatregelen vanuit de VANG doelstelling. 

De toerekening van 10% van het BOA budget en 10% openbaar groen budget wordt met ingang van 2025 betrokken in de tariefberekening. 
De kosten stijgen van €1.697.706 (2024) naar €1.756.107 (2025), een stijging van €58.401.
Per 1 juli 2024 zijn 1.129 eenpersoonshuishoudens, en 2.928 meerpersoonshuishoudens.
Dit betekent een extra stijging van € 14,40 per vastrecht per huishouden naast de inflatiestijging. 

 


In de afvalstoffenheffing mag als last meegenomen worden de BTW die gedeclareerd kan worden bij het BTW Compensatiefonds (BCF), zowel de exploitatie-BTW als de investerings-BTW. Immers de gemeenten worden gekort op de Algemene uitkering uit het gemeentefonds voor de BTW die gemeenten kunnen declareren bij het BCF. Dit is de wettelijke compensatie die gemeenten kunnen opvoeren in hun afvalstoffenheffing. Daarnaast wordt toegerekend aan het afvalstoffentarief: 10% van het budget Openbare Orde en veiligheid, kosten BOA, 10% van het budget openbaar groen en de begrote kwijtschelding.

Begrafenisrechten

Terug naar navigatie - Begrafenisrechten

Voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van diensten in verband met de begraafplaats worden rechten geheven.
Algemeen uitgangspunt voor de begrafenisrechten is een aanpassing van de tarieven met alleen de inflatiecorrectie. Ten opzichte van 2024 worden de tarieven voor de begrafenisrechten verhoogd met het inflatiepercentage van 2,5% voor 2025.

 

 

 

 

Opbrengsten belastingen en retributies

Terug naar navigatie - Opbrengsten belastingen en retributies

In onderstaande tabel wordt aangegeven welke belastingopbrengsten en retributies er zijn en hoeveel de inkomsten daarvan bedragen, zoals deze in de programmabegroting 2025 zijn verwerkt.

Gemeentelijke belastingen Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
OZB woningen (eigenaren) €1.881.064 €1.935.423 €1.983.818
OZB niet-woningen (eigenaren en gebruikers) €751.430 €745.323 €763.956
Roerende woon- en bedrijfsruimten €4.902 €7.000 €7.000
Precariobelasting €0 €0 €0
Hondenbelasting €36.162 €35.115 €36.993
Toeristenbelasting €295.551 €307.763 €315.457
       

 

Gemeentelijke retributies Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Afvalstoffenheffing (exclusief opbrengsten PMD) €1.455.656 €1.539.770 €1.655.307
Rioolrechten (exclusief overige opbrengsten) €1.504.263 €1.549.298 €1.588.030
Begrafenisrechten €156.490 € 140.000 €158.500
       

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Kwijtscheldingsbeleid

De normen voor het kwijtscheldingsbeleid, als onderdeel van het gemeentelijk minimabeleid, voor wat betreft de gemeentelijke lasten zijn gesteld op 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.

De normen voor de bijzondere bijstand, als onderdeel van het gemeentelijk minimabeleid, zijn in gesteld op 110%. Dit betekent dat een vrij grote groep belastingplichtigen in aanmerking komt voor kwijtschelding, waardoor hun besteedbare ruimte groter wordt. In de begroting 2025 is een bedrag aan kwijtschelding opgenomen van €36.000.

De gemeente Oostzaan verleent uitsluitend kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing. 

  Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Bezwaar WOZ 401 150 300
Bezwaar overige heffingen 39 75 50
Bezwaar Bestuurlijke Boete 2.116 0 0
Beroep WOZ 2 0 2
Beroep overige heffingen 3 0 2
Lasten regeling kwijtschelding €36.812 €36.000 €36.000
       

Leges

Terug naar navigatie - Leges

Algemeen
De tarieven voor 2025 worden primair aangepast aan de hand van het inflatiepercentage van 2,5%, tenzij nader beperkt door wettelijke tariefstellingen.

De nieuwe regels voor verslaglegging zijn van invloed op de kosten onderbouwingen van gemeentelijke heffingen. 

De leges zijn onderverdeeld in drie hoofdstukken;

  • Hoofdstuk 1:  Algemene dienstverlening,
  • Hoofdstuk 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
  • Hoofdstuk 3: Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2.

Bij de toerekening van kosten is uitgegaan van de aanwezige jurisprudentie. Hierdoor is een 100% kostendekkende legesverordening risicovol. Wanneer nieuwe jurisprudentie tot een wijziging in de toe te rekenen kosten leidt, kan de kostendekkendheid overschreden worden, Door onder de 100% te blijven wordt dit risico opgevangen.

Leges onder hoofdstuk 1 zijn onder meer: verstrekkingen uit de basisregistratie personen, burgerlijke stand, rijbewijzen, reisdocumenten, bestuur documenten, verkeer en vervoer. Er is hier sprake van een kostendekkendheid van ongeveer 30%. De tarieven kunnen hier niet verder worden verhoogd. Het tekort wordt veroorzaakt door een negatief resultaat op rijbewijzen en reisdocumenten. De tarieven hiervan zijn al op het maximaal toegestane wettelijk niveau.

Leges onder hoofdstuk 2 zijn de inkomsten opgenomen inzake de omgevingsoverleggen en de omgevingsvergunningen. De kostendekkendheid ligt onder de 100%. Voor 2023 zijn vanuit diverse grote projecten extra leges ontvangen. Voor 2024 en 2025 wordt uitgegaan van de reguliere omgevingsvergunningen. De huidige tarieven voor de omgevingsvergunningen (2023: 4,5% van de bouwsom) zijn omgerekend naar de nieuwe omgevingswet. 

Leges onder hoofdstuk 3 zijn de opbrengsten opgenomen, voornamelijk voortkomend uit de APV, zoals horeca, prostitutiebedrijven, evenementenvergoeding en overige vergunningen. Een groot deel hier bestaat uit evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis is dit vaak niet kostendekkend.

 

Gemeentelijke legesopbrengsten
Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Leges Hoofdstuk 1 €177.927 €154.278 €214.278
Leges Hoofdstuk 2 €343.479 €220.000 €220.000 
Leges Hoofdstuk 3 €16.348 €34.200 €19.200 
       
 
Overzicht leges Hoofdstuk 1
 2025
Baten totaal €214.278
Directe kosten 137.234
Personeel 258.352
Overhead 325.690
Berekening kostendekkendheid
30% (2024: 25%)

 

Overzicht leges Hoofdstuk 2
 2025
Baten totaal 220.000
Directe kosten vergunningen en handhaving 117.090
Personeel 226.512
Overhead 314.496
Berekening kostendekkendheid
33% (2024: 33%)

 

Overzicht leges Hoofdstuk 3
 2025
Baten totaal 19.200
Directe kosten 19.151
Personeel 103.614
Overhead 124.800
Berekening kostendekkendheid
8% (2024: 20%)

 

Totaal Overzicht leges Hoofdstuk 1, 2 en 3
 2025
Baten totaal 453.478
Directe kosten 273.475
Personeel 588.478
Overhead 764.986
Berekening kostendekkendheid
28% (2024: 28%)

Lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Lokale lastendruk

De lokale lastendruk wordt bepaald door de tarieven van de OZB, afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

In de navolgende tabel is de opbouw van de lokale lastendruk in Oostzaan over de jaren 2023 t/m 2025 inzichtelijk gemaakt. Voor huurders is daarbij alleen de hoogte van de afvalstoffenheffing bepalend, aangezien zij niet worden aangeslagen voor de OZB en de rioolheffing. De eigenaren van woningen worden voor de drie onderscheiden belastingen aangeslagen. Bij de berekening van de OZB, is uitgegaan van de gemiddelde WOZ waarde van een koopwoning in Oostzaan van € 490.000 - (peildatum 2024). Tevens is uitgegaan van een meerpersoonshuishouden. Het betreft hier een rekenvoorbeeld. De feitelijke lastenontwikkeling voor de individuele burger kan afwijken, gelet op de feitelijke waarde –en de waardeontwikkeling- van de woning.

 

 

Vergelijking met omliggende gemeenten

In de navolgende tabellen worden de tarieven over het jaar 2024 van Oostzaan vergeleken met de tarieven van omliggende gemeenten. Bij de tarieven van omliggende gemeenten wordt uitgegaan van het tarief 2024, daar op dit moment geen andere gegevens bekend zijn.

bron: https://coelo.nl/atlas-lokale-lasten-2024/bijlagen-2024-en-databestanden/

 

Bovenstaande tarieven 2024 zijn door de COELO verwerkt in onderstaand overzicht, waarbij voor de provincie Noord Holland het volgende overzicht kan worden getoond:


Bron: https://coelo.nl/atlas-lokale-lasten-2024/benchmarks-en-rangnummers-2024/gemiddelde-gemeentelijke-woonlasten/

 

Tarievenbeleid

Terug naar navigatie - Tarievenbeleid
  1. Het tarievenbeleid in Oostzaan is gebaseerd op twee uitgangspunten: inflatiecorrectie en kostendekkendheid. De belastingopbrengsten worden in 2025 verhoogd met 2,5% voor inflatie. Voor wat betreft de retributies wordt gestuurd op kostendekkendheid. De tarieven worden formeel door de gemeenteraad vastgesteld bij de belastingvoorstellen die in december voorafgaand aan het begrotingsjaar worden aangeboden. De hieronder genoemde tarieven voor de OZB zijn afhankelijk van de stijging van de WOZ. Naast deze algemene uitgangspunten van het tarievenbeleid is in het collegeprogramma 2022-2026 bepaald dat de OZB niet als sluitpost voor de begroting wordt gebruikt.
  2023  2024 2025
Onroerende Zaak Belasting (OZB) en Roerende Zaak belasting (RZB)      
   • Woningen eigenaren 0,09499 % 0,0974% stijging 2,5%
   • Niet woningen eigenaren 0,21404 % 0,2077% stijging 2,5%
   • Niet woningen gebruikers 0,18476 % 0,1885% stijging 2,5%
Hondenbelasting 46,63 49,25 50,50
Afvalstoffenheffing      
   • Eénpersoonshuishouding 310,12 320,04 342,45
   • Meerpersoonshuishouding 377,52 389,60 413,75
Rioolrechten      
   • Garages etc 122,44 126,75 129,90
   • Woningen etc 336,80 347,60 356,30
Grafrechten 1.851,31 1.910,55  1.958,30
Toeristenbelasting (per nacht) 4,50 4,65  4,75

Paragraaf Bedrijfsvoering

Waar gaat het over

Terug naar navigatie - Waar gaat het over

De activiteiten op het gebied van bedrijfsvoering worden uitgevoerd door OVER-gemeenten. Dit is de gezamenlijke werkorganisatie van de gemeente Wormerland en de gemeente Oostzaan. In deze paragraaf leest u een beknopte samenvatting van de Begroting 2025-2028 van OVER-gemeenten. Voor meer informatie verwijzen wij naar de begroting van OVER-gemeenten 2025-2028.

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen

We zetten in op rust en stabiliteit in de organisatie. In 2024 werken we de basis van Verbinding te OVER verder uit, we bouwen hier als organisatie verder op door. Zo willen we als organisatie het verschil kunnen maken, door de ingezette koers van het programma moet er nadere focus ontstaan. 

Personeel
Waar het voorheen passend was om te sturen op de loonsom, zijn we nu toe aan een andere manier van sturen. Namelijk sturen op formatie, met het bijbehorende budget. Sturen op de loonsom was tot nu toe passend omdat er binnen de formatie heel veel vacatures open stonden. Deze ruimte zorgde er aan de ene kant voor dat minder taken opgepakt konden worden, maar aan de andere kant dat er expertise ingehuurd kon en moest worden op diverse gebieden. Doordat er nu nog maar een beperkt aantal vacatures open staan, is er minder financiële ruimte om expertise in te huren daar waar dit wel noodzakelijk is. 
Hierbij kijken we echter ook hoe we op andere manieren de vraag naar deze expertise kunnen beperken. Een voorbeeld hiervan is het inzetten van het traineeprogramma op het gebied van ruimtelijke ordening. Met name op dit gebied kijken we steeds meer hoe we als lerende organisatie ons op een andere manier kunnen positioneren op de arbeidsmarkt.

Een stabiel personeelsbestand maakt het mogelijk om verder te kijken, om te zorgen voor een organisatie die klaar is voor die toekomst. Hierdoor kunnen we zorgen voor een goede dienstverlening voor de beide gemeenten, de inwoners, ondernemers en instellingen.

Investeren in de organisatie
Om de rust in de organisatie, en het personeelsbestand, te behouden is het nodig om een aantal zaken structureel op te nemen. Dat is een budget voor de organisatieontwikkeling, maar ook het structureel ophogen van het opleidingsbudget. Dit maakt het mogelijk om ons op gebieden zoals ruimtelijke ordening meer te profileren als lerende organisatie. Waardoor we nieuwe collega’s langer aan ons kunnen binden.

Financieel
In het volgende overzicht is de primaire begroting 2025 opgenomen, met de meerjarenbegroting 2026 t/m 2028. De berekening van de inflatie voor 2025 gebeurt op basis van de CPB-prognoses. Indien de werkelijke inflatie over 2025 significant afwijkt, is mogelijk een aanpassing in onze begroting 2025 nodig. In het meerjarenperspectief van de begroting is geen rekening gehouden met inflatie na 2025, waarbij wij aansluiten bij de begrotingssystematiek van onze deelnemende gemeenten.


Ratio weerstandsvermogen
OVER-gemeenten heeft een ratio weerstandscapaciteit bij de begroting 2025 van 0,4 (onvoldoende) (2024: 0,6). De lage weerstandscapaciteit verhoogt het risico voor de deelnemende gemeenten.

Paragraaf Taakstellingen en Stelposten

Waar gaat het over

Terug naar navigatie - Waar gaat het over

Deze paragraaf is voor het eerst opgenomen in de begroting van 2024. Onze toezichthouder, de Provincie, heeft hierom gevraagd vanwege de verslechterde financiële situatie bij gemeenten. Dit komt doordat het Rijk taken heeft overgedragen aan de gemeenten zonder voldoende geld om deze taken uit te voeren. Hierdoor staan de financiën van gemeenten steeds meer onder druk. Gemeenten moeten daarom steeds vaker bezuinigen of hun taken anders organiseren om de begroting voor de komende jaren in balans te houden. In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van welke maatregelen in de begroting van Oostzaan nodig zijn.

Stelposten

Terug naar navigatie - Stelposten

In deze primaire programmabegroting 2025-2028 zijn de volgende zaken opgenomen:

Stelposten, opgenomen in de primaire begroting 2025 2026 2027 2028
1) Baten: stelpost Algemene Uitkering m.b.t. het BTW Compensatiefonds 137.970 137.970 137.970 137.970
2) Baten: stelpost Algemene Uitkering m.b.t. Jeugd - 112.912 83.889 74.546
Totaal 137.970 250.882 221.859 212.516 


Toelichting:

1) Stelpost BTW Compensatiefonds
Bij de inwerkingtreding van het BTW Compensatiefonds in 2003 heeft een uitname uit het gemeentefonds plaatsgevonden, om op macro-niveau de declaraties van het BTW Compensatiefonds aan alle overheden te kunnen voldoen. Hieraan is op macro-niveau een bepaald maximum (drempel) gesteld. Door de herijking van het gemeentefonds, alsmede de verlaging van de drempel, wordt de vrijval van middelen vanuit het BTW Compensatiefonds weer toegevoegd aan het gemeentefonds.

2) Stelpost Jeugd
De VNG heeft gesprekken gevoerd met IPO en BZK over de wijze waarop gemeenten meerjarig rekening mogen houden in hun begroting met de extra middelen voor Jeugdhulp. Deze afspraken hierover waren nodig, omdat er tot nu toe alleen voor het jaar 2022 en 2023 extra middelen beschikbaar zijn gesteld. Tussen Rijk, IPO en VNG is afgesproken dat gemeenten in hun meerjarenraming rekening mogen houden met 75% van de bedragen, die structureel nodig zijn. Deze nieuwe werkwijze komt in de plaats van de ‘oude’ stelpost, zoals deze bij de begroting 2022 destijds was opgevoerd.

Taakstellingen:
Van taakstellingen om te komen tot een structurele begroting is geen sprake in deze begroting 2025-2028.

Paragraaf Kengetallen

Programma 1

Terug naar navigatie - Programma 1
Omschrijving Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
% Functiemenging (Bron: LISA)* 50,5% 49,5%** 51%**
Aantal vestigingen van bedrijven per 1.000 inwoner van 15 t/m 64 jaar (Bron: LISA) 205 186,1** 200**

* Functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen banen). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen
** Actuele gegevens waren niet beschikbaar bij bron Lisa, dit betrof een schatting.

Programma 2

Terug naar navigatie - Programma 2
Omschrijving Rekening 2023** Begroting 2024 Begroting 2025
Aantal nieuwe woningen per 1.000 woningen (Bron: BAG) 8 0 1.9

% Demografische druk (Bron: CBS)*
(Dit cijfer geeft inzicht in de verhouding van het niet-werkende deel van de bevolking tot het werkende deel van de bevolking)

n.b. 70,3% 75,7%

*bron: www.waarstaatjegemeente.nl: % Demografische druk is het percentage van het aantal personen van 0 t/m 19 jaar en 65+ per 100 personen van 20 t/m 64 jaar. Dit cijfer geeft inzicht in de verhouding van het niet-werkende deel van de bevolking tot het werkende deel van de bevolking.
** Actuele gegevens waren niet beschikbaar.

Programma 3

Terug naar navigatie - Programma 3
Omschrijving Rekening 2023* Begroting 2024 Begroting 2025
Aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-64 jaar (Bron:  LISA)*1 606 600 606
% Jongeren met een delict voor rechter in de leeftijd 12-21 jaar (Bron: Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel) n.b. 1 1
% Kinderen in uitkeringsgezin tot 18 jaar (Bron: Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel) n.b. 4% 3%
% netto arbeidsparticipatie van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking (Bron: CBS) n.b. 74% 74%
% werkeloze jongeren in de leeftijd 16-22 jaar (Bron: Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel) n.b. 1% 1%
Aantal personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners (Bron: CBS) n.b. 275 160
Aantal lopende re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar (Bron: CBS)*2 14 1,4% 14%
% jongeren met jeugdhulp van alle jongeren tot 18 jaar (Bron: CBS) 8,9 11 11
% jongeren met jeugdbescherming van alle jongeren tot 18 jaar (Bron: CBS) n.b. 0,4 0,4
% jongeren met jeugdreclassering van alle jongeren in de leeftijd van 12-23 jaar (Bron: CBS) n.b. n.b. n.b.
Aantal cliënten met maatwerkarrangement WMO per 10.000 inwoners (Bron: GMSD) n.b. n.b. 44
  • Actuele gegevens waren niet beschikbaar.
  • *1 2023: Andere indicator: Aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd 15-74 jaar (Bron:  LISA), peiljaar 2023
  • *2 2023: Andere indicator: Aantal lopende re-integratievoorzieningen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-74 jaar (Bron: CBS, peiljaar 4e kwartaal 2023) en dat x 10.

Programma 4

Terug naar navigatie - Programma 4
Omschrijving Rekening 2023* Begroting 2024 Begroting 2025
Aantal absoluut verzuim per 1.000 leerlingen (Bron: DUO) n.b. 0 0
Aantal relatief verzuim per 1.000 leerlingen (Bron: DUO) 22 22 22
% Vroegtijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers) van het VO en MBO (Bron: INGRADO) 1,80 1,80 1,80
% Niet-sporters (Bron: 'Gezondheidsenquête' (CBS/RIVM) n.b. n.b. n.b.

*Hoewel deze indicatoren verplicht worden opgenomen in de jaarstukken volgens financiële regelgeving (BBV) waren deze gegevens op de vermelde bronnen niet tijdig beschikbaar. Ook de
vermelde bronnen (DUO, Ingrado en CBS-RIVM) zijn verplicht.

Programma 5

Terug naar navigatie - Programma 5

Omschrijving

Rekening 2023

Begroting 2024*

Begroting 2025

Aantal verwijzing Halt per 10.000 jongeren (Bron: bureau Halt) 4,7 n.b. *4,7
Aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners (Bron: CBS) 0 n.b. **0,5
Aantal geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners (Bron: CBS) 0 n.b. ***3 
Aantal diefstallen uit woningen per 1.000 inwoners (Bron: CBS) 15 n.b. ****10
Aantal vernielingen en beschadigingen in openbare ruimte per 1.000 inwoners (Bron: CBS) 0 n.b. *****6
Omvang huishoudelijk restafval aantal kg per inwoner (Bron: CBS)* nb. n.b. ******179,9kg 
% hernieuwbare elektriciteit (Bron: RWS)* n.b. n.b. *******8,4% 

*                https://www.halt.nl/over-halt/organisatie/cijfers 
**              Het aantal 0,5 winkeldiefstallen per 1.000 inwoners is gebaseerd op 5 winkel- en bedrijfsdiefstallen (schatting)
                  https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83651NED/table?fromstatweb
***            Het aantal 3 geweldsmisdrijven per 1.000 inwoners is gebaseerd op 30 misdrijven (schatting)
                  https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83648NED/table?fromstatweb
****          https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83651NED/table?fromstatweb
*****        Het aantal 6 vernielingen en beschadigingen in de openbare ruimte per 1.000 inwoners is gebaseerd op 70 incidenten (schatting)
                  https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83648NED/table?fromstatweb
******      Dit aantal kilogram (179,9 kg restafval per inwoner)betreft een schatting op basis van de meest recente (voorlopige) cijfers uit 2022
                  https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/83452NED?q=huishoudelijk%20afval%2
********  Dit percentage (8,4%) betreft een schatting op basis van de meest recente cijfers van waarstaatjegemeente.nl (2022)
                  https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/energietransitie 
                   De gevraagde cijfers voor het jaar 2023 waren niet tijdig bekend bij de (verplichte) bron RWS

Programma 6

Terug naar navigatie - Programma 6
Omschrijving Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Gemiddelde WOZ waarde (Bron: Waarstaatjegemeente)* €474.000 €475.000 €490.000
Gemiddelde woonlasten eenpersoonshuishouden (Bron: COELO)** €1.178 €1.253 €1.284
Gemiddelde woonlasten meerpersoonshuishouden (Bron: COELO)** €1.245 €1.323 €1.356
Formatie (aantal fte's per 1.000 inwoners) (Bron: eigen administratie) 0,7 0,6 0,7
Bezetting (aantal fte's per 1.000 inwoners) (Bron: eigen administratie) 0,7 0,6 0,7
Apparaatskosten per inwoner (Bron: eigen begroting) €801 €774 €997
Externe inhuur (kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen) (Bron: eigen begroting) 9% 0% 0%
Overhead (% van de totale lasten) (Bron: eigen begroting) 9% 13% 16%

*bron: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/besluit-begroting-en-verantwoording--bbv-
**De woonlasten zijn de OZB, riool- en afvalstoffenheffing van een woonhuis met (geschatte) gemiddelde WOZ-waarde (bron: https://www.coelo.nl/index.php/atlas-lokale-lasten/interactieve-kaarten-voorgaande-jaren)

Paragraaf Wet open openheid (Woo)

Waar gaat het over?

Terug naar navigatie - Waar gaat het over?

In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Wet open overheid (Woo) is voorgeschreven dat in de begroting aandacht besteed moet worden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet. In de jaarstukken dienen we verslag te doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de in de begroting genoemde beleidsvoornemens. Deze verplichte paragraaf in de komende begrotingen en jaarstukken vloeit voort uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Deze voorgeschreven rapportering over de uitvoering van deze wet is bedoeld om een impuls te geven aan de actieve openbaarheid. 

Wet open overheid (Woo)

Terug naar navigatie - Wet open overheid (Woo)

De Woo bestaat uit twee soorten openbaarmaking, een passieve (openbaarmaking op verzoek) en een actieve (openbaarmaking uit eigen beweging). De gemeente voldoet aan de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de Woo.   

Passieve openbaarmaking 
De passieve openbaarmakingverzoeken worden behandeld door het cluster juridische zaken. De verwachting is dat de komende jaren binnenkomende Woo-verzoeken binnen de formatie van dit cluster afgehandeld kunnen worden. 

Actieve openbaarmaking
In november 2024 dienen de eerste informatiecategorieën actief openbaar gemaakt te worden. Hiervoor is een Woo-index redacteur aangesteld. De Woo-index redacteur is onder andere verantwoordelijk voor de publicatie van de organisatiegegevens, de werkwijze van de organisatie, en de bereikbaarheid van de organisatie.

Vanaf 2025 zullen in fases de volgende informatie categorieën volgen. De impact hiervan op onze organisatie dient nog verder in kaart gebracht te worden. 

Paragraaf Oekraïne crisis

Waar gaat het over?

Terug naar navigatie - Waar gaat het over?

Vanaf begin maart 2022 hebben wij als gemeente, als gevolg van de oorlog in Oekraïne, de taak om bij te dragen aan de opvang van Oekraïners in de regio. Dit heeft een flinke inzet gevraagd van de gehele organisatie. Alle afdelingen hebben hun aandeel gehad in deze forse opgave. Nog steeds vraagt de opvang van de circa 200 vluchtelingen uit Oekraïne in Wormerland en Oostzaan veel van de OVER-organisatie. De inzet richt zich op het adequaat huisvesten, begeleiden en voorzien van financiële middelen voor deze vluchtelingen. Vooralsnog is er geen zicht op vrede in Oekraïne. Dit betekent een voortzetting van de huidige opvang en dito intensieve extra werkzaamheden voor de OVER-organisatie.

Van korte termijn opvang naar langdurige huisvesting
Per 1 augustus 2024 staan er ruim 114.000 Oekraïense oorlogsvluchtelingen bij gemeenten in Nederland geregistreerd. De bezettingsgraad van de opvangplekken bedraagt 98,6%. Nog steeds melden wekelijks zo’n 300 tot 500 Oekraïners zich aan bij de landelijke HUB’s voor opvang. Het vinden van geschikte opvangplekken is een dagelijkse uitdaging. Crisisnoodopvangplekken zijn vol. Daarom wordt de focus verlegd naar locaties waar voor langere tijd duurzame opvang geboden kan worden. Vooralsnog wordt dit vanuit het Rijk kostendekkend gefinancierd. 

Ook in Oostzaan hebben we direct mensen een dak boven het hoofd geboden. In eerste instantie is gebruik gemaakt van hotel van der Valk, B&B’s en een recreatiewoning. Aangezien opvang in hotels en B&B’s niet geschikt is voor langere opvang, is gezocht naar leegstaande (kantoor)panden die gehuurd konden worden en verbouwd tot opvanglocatie. Tot op heden is dat in Oostzaan nog niet gelukt. Er zijn geen leegstaande panden beschikbaar of geschikt te maken. Daarom vangt gemeente Oostzaan nog steeds Oekraïners op in hotel van der Valk. De samenwerking met het hotel verloopt soepel en voorspoedig. Gezien de grote noodzaak voor extra opvangplekken, is per 1 juli 2024 het aantal plekken uitgebreid van 80 naar 103. Daarnaast wordt bij B&B Buys een kamer gehuurd en vangen twee gastgezinnen een aantal Oekraïense vluchtelingen op.
De intentie is om de vluchtelingen uit het hotel te verplaatsen naar een eigen woonplek voor langere tijd. Hiervoor heeft gemeente Oostzaan 32 woonunits aangeschaft om deze te plaatsen naast de Twiskeweg. Hiervoor is in mei 2023 een ontheffingsverzoek ingediend bij de provincie Noord-Holland. Tot op heden is er nog geen besluit genomen door de provincie. We verwachten dat besluit uiterlijk in het vierde kwartaal van 2024. 


De Oekraïense vluchtelingen zijn als volgt over de gemeente verdeeld:

Opvang in Oostzaan (stand per 1 augustus 2024) Aantal plekken
Aantal personen
Hotel van der Valk 20 kamers (1 jan 2024 t/m 30 juni 2024) 80 75
29 kamers (1 juli 2024 - 31 maart 2025 103 89
B&B Buys 1 kamer 2 1
Woonunits Er zijn 32 woonunits aangeschaft. Deze zijn nog niet beschikbaar. Dit worden 62 plekken welke maximaal 10 jaar beschikbaar zijn. 62 -
Particuliere gastgezinnen Er zijn 2 particuliere gastgezinnen die vluchtelingen opvangen.  2 3

Overige zaken
Naast de huisvesting zijn op verschillende onderdelen stappen gezet om de opvang zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Zo is er wekelijks een inloopspreekuur voor de vluchtelingen in het Van der Valk Hotel en zijn er afspraken met burgerzaken: dinsdag- en donderdagmiddag tussen 13:00 en 15:00 is het moment voor de nieuwe vluchtelingen om zich in te schrijven. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over maatschappelijke begeleiding, leefgeld, school, werk, taalles en vervoer. 
Vanaf 1 juli 2024 is het verplicht voor gemeenten om het leefgeld in te trekken én een eigen bijdrage te innen voor Oekraïense vluchtelingen met betaald werk. Daarbij wordt er nadrukkelijk gestreefd dat betaald werk meer moet opleveren voor de vluchtelingen dan het leefgeld, werken moet namelijk blijven lonen. Gemeente Oostzaan verstrekt reeds geruime tijd geen leefgeld meer aan Oekraïners met betaald werk. De implementatie voor het innen van de eigen bijdrage moet voor 1 januari 2025 gereed zijn. De OVER-organisatie zal dit voor Oostzaan gaan uitvoeren. De invoering van deze eigen bijdrage vraagt om extra ambtelijke capaciteit.

Leerlingenvervoer Oekraïne
Gemeenten hebben de regie en verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer aan Oekraïense leerlingen. Voor deze taak ontvangen we gelden via de algemene uitkering.
 
Bekostiging vanuit het Rijk
De gemeente ontvangt een vergoeding van het Rijk op basis van werkelijke kosten voor transitie, verbouwing en realisatie van gebouwen voor opvang van deze vluchtelingen. 
De exploitatiekosten worden door het Rijk vergoed op basis van het normbedrag. Deze was bij aanvang van de oorlog gesteld op €100 per beschikbaar gestelde plek per dag. Vanaf 16 oktober 2022 is het normbedrag aangepast naar €83 per plek per dag. Vanaf 1 januari 2024 is het bedrag nogmaals aangepast naar €61 per plek per dag. Als gemeenten significant meer kosten maken dan de uitkering op basis van de normbedragen, dan kan de gemeente de werkelijke meerkosten per opvangplek per dag declareren. 

Financiën 
De financiën zijn een doorlopend proces. De gemaakte kosten van de noodopvang in Oostzaan en uitgaven voor de huisvesting en de units zijn 100% declarabel. De uitvoeringskosten dienen te worden voorgefinancierd uit het vaste normbedrag per gerealiseerde opvangplek per dag. In 2022 en 2023 waren de kosten van de opvang in Oostzaan hoger dan de ontvangen vergoeding. De meerkosten zijn dan ook bij het rijk ingediend en ontvangen. Gedurende de periode dat opvang bij hotel van der Valk noodzakelijk is, zullen we de meerkosten bij het rijk indienen. Per saldo zal het kostenneutraal zijn. 
Voor de realisatie van de woonunits is een transitievergoeding van het Rijk toegekend. Het streven is dat de plaatsing en ingebruikname van de woonunits zo snel als mogelijk na toestemming van de provincie wordt gerealiseerd. De kosten van dergelijke opvang zijn beduidend lager dan de kosten bij hotel van der Valk.